Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1888

kennis moge dat voldoende zijn. Maar ook op kerkelijk en op geestelijk gebied is de oppervlakkigheid in allerlei opzicht tot groote schade, en met den eisch van Gods Woord in strijd. Wie waarlijk leeft in de dingen, die ons van God geschonken zijn, wil ook vanzelf die dingen zooveel mogelijk weten. Juist een boek als het bovengenoemde kan daartoe uitnemenden dienst doen. En hoe meer dat doel wordt bereikt, des te meer zal dan in en door dit ook „het werk van den Heiligen Geest" openbaar worden.

Rutgers.

Van Kuypers Werk van den Heiligen Geest verscheen in 1900 ook een Engelsche vertaling met een voorrede van Prof. Warfield.

108. Het Calvinisme en de Kunst. Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit op 20 October 1888. Amsterdam, j. A. Wormser, 1888.

Op Zaterdagmiddag te één uur werd in de Schotsche Zendingskerk de openbare samenkomst van den Senaat der Vrije Universiteit gehouden, waarin Prof. Kuyper, na een redevoering, het rectoraat zou overdragen aan Professor Rutgers. Voor zijn rede had de aftredende Rector tot onderwerp gekozen: Het Calvinisme en de Kunst. Hoe hij tot de keuze van dit onderwerp kwam, zegt hij in de Inleiding.

In een rapport over Hollands ktrchliches Leben dat, nu drie jaar geleden, krachtens opdracht van het Königliches Domdekanatenstift te Berlijn het licht zag, sprak de Inspector Jotaan Gloêl er zijn verwondering, zoo niet zijn verbazing over uit, dat hij aan de Calvinistische Vrije Universiteit o.m. een Collegie te hooren kreeg over Aesthetiek. Hieruit nu bleek Dr Kuyper, dat het vooroordeel, als waren Gereformeerde zin en zin voor Kunst elkaar volstrekt uitsluitende begrippen, nog steeds, ook bij verschillende beoordeelaars, stand hield, en dat allicht een misverstand uit den weg ware te ruimen, zoo hij bij de overdracht van zijn tweede Rectoraat een opzettelijk onderzoek instelde naar de verhouding tusschen het Calvinisme en de Kunst.

Na een kort gebed en een inleiding over het wetenschappelijk standpunt, dat door de Vrije Universiteit wordt ingenomen, betoogde spr. waarom een bewijsvoering a posteriori hier niet kan toegelaten, maar uit de geestesrichting en den aard van het

Sluiten