Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1888

242

Verder betreurt Dr Kuyper ook het heengaan van de broederen Fabius en Van Boeljelafir en Felix, om dan èn van Dr. Hoedemaker èn van dit drietal Broederen een christelijk afscheid te nemen:

en sta het bij ons allen vast, dat zoo zij en wij getrouw aan ons gemeenschappelijk uitgangspunt blijven, de lijn van de parabool, zoo niet ons, dan toch onze kinderen weer saambrengt.

Naar aanleiding van deze afscheidswoorden ontspon zich verder nog een gedachtenwisseling tusschen Hoedemaker en Kuyper in De Gereformeerde Kerk en De Heraut. Zie De Heraut nrs 585 en 596.

In dit verband is ook belangrijk het oordeel van Ds H. Beuker, vier jaar later, in de Vrije Kerk, 1892, blz. 358 en 359:

Het gaat met „de Vrije" zachtkens aan vooruit. In den tijd van 12V2 jaar van 3 tot 97 leerlingen opgeklommen is waarlijk geen kleinigheid, vooral niet als men in aanmerking neemt waarmede de V. U. niet al te worstelen had. Zij heeft in dien tijd groote veranderingen ondergaan. Niet zoozeer in de verwisseling harer hoogleeraren of studenten, maar hierin: dat bij hare oprichting het grootste getal harer vrienden en ondersteuners behoorden tot de zoogenaamde Groote-Kerk-herstellers, die zich liefst „vrienden der Waarheid" noemden en hoopten dat men met behulp van deze Universiteit het Ned. Herv. Kerkgenootschap weer tot een waarlijk Gereformeerde Kerk herleiden zou. Thans zijn vele van die eerste voorstanders in hare felste tegenstanders veranderd. Men denke slechts aan mannen als Malcomesius, Verhoeff, Felix, Hoedemaker en anderen. Het blijkt dat deze vrienden toen den aard en de beteekenis van het standpunt der Vrije Universiteit niet hebben doorzien, noch ook de wezenlijke drijfveeren van bun eigene sympathie hebben doorgrond. Wat hun dreef was niet de liefde tot de zegepraal der Gereformeerde beginselen, maar de liefde tot behoud hunner zoogenaamde kerk en van hunne positie in dezelve. Zij meenden Gereformeerden te zijn; maar zij hadden er niet op gerekend dat men met een op Gereformeerden grondslag gebouwde Universiteit, vroeg of laat, toch ook tot Gereformeerde daden komen moest, en dat bet doen van zulke daden vijandschap en tegenstand van den grooten hoop der zoogenaamde Christenen zou opwekken.

De grondslag der Vrije Universiteit is niet veranderd; maar vele van hare eerste vrienden zijn omgedraaid. Het moest, nu de

Sluiten