Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

251

JAARTAL 1889

Een maand later verscheen de brochure: Eer is teer, in den vorm van een open brief aan Mr W. H. de Beaufort, zestig bladzijden groot

De aanhef luidt aldus:

HoogEdel Gestrenge Heer!

Gij hebt het oorbaar geacht, in het G/ds-nummer van Juni een weinig den draak te steken met de „Deputatenvergadering" der Anti-revolutionaire partij. Dit hadt gij niet moeten doen.

Als een 5 k 600 mannen uit alle streken onzes lands genoeg belang in de publieke zaak stellen en liefde genoeg voor het vaderland in hun borst vinden, om er een reis naar Utrecht voor over te hebben, dan moet Ge dit ook in uw politieke tegenstanders waardeeren. Te hooger kunnen waardeeren naar gelang verreweg het grooter deel dier Deputaten uit mannen bestaat, die er hun werk om verzuimen moeten; die zich iets ontzeggen moeten om de reiskosten heen en terug te betalen; en die er heentrekken, vooruit wetend dat ze noch naar een lauwer in het debat kunnen dingen, noch ooit iets voor zichzelf van den strijd der Anti-revolutionaire partij hebben te wachten.

Het heeft aan de beste mannen ten onzent sinds 1844 zoo ongelooflijke inspanning gekost, om onder ons volk „politiek leven" te wekken. Nog roert zich dit veel te mat en in veel te beperkten kring. Maar als ge de verkiezingen van vóór twintig jaren met den stembusstrijd van 1888 en 1889 vergelijkt, kan het toch ook aan uw aandacht niet ontgaan zijn, wat reuzenschrede we vooruit deden. En nu voor dit „public lifé' onze door u gehekelde Deputatenvergadering een wekker bleek, die duizenden en tienduizenden burgers, eertijds met politieken slaap als overgoten, in korten tijd helder wakker riep, en door hèn op de loopplaats te doen aantreden, ook in uw eigen kampement een heel ander leven bracht, had uw onpartijdige zin hoog genoeg moeten staan, om zulk een samenkomst, meest van mannen uit het volk, niet door het schuinsche lachje van uw ingehouden ironie aan den lachlust van uw GiaVpubliek ten buit te leveren.

Het is zoo, de Deputatenvergadering is uw Liberale Unie niet. Eer vormen beide vergaderingen een scherp contrast. Bij u al geleerdheid wat er schittert; een landjuweel van enkel meesters en doctoren; altegader hooge personaadjes en lieden van aanzien. En daartegenover op onze Deputatenvergadering óók, ja, enkele hooger geplaatsten op de maatschappelijke ladder, maar toch de groote menigte der opgekomenen niets dan mannen zoo-

Sluiten