Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

267

JAARTAL 1889

A. C. Duker). Dertig uur buiten de colleges per week gemiddeld. In deze dertig uur begrepen wat men doet voor dispuutgezelschappen voorzoover zij op de vakken in kwestie slaan.

Het best zou b.v. zijn:

's middags college.

's morgens studie van 9—12.

's avonds van 7—10 of 8—11.

Dat geeft reeds 36 uren. Een vrije collegedag geeft wel 8 uren, doch op 38 moet men niet rekenen.

Wanneer men na verloop van vier weken zeggen kan 120 uren gearbeid te hebben, is bet voldoende. Nachtwerken mag geen gewoonte zijn: men houdt het niet vol. Na 11 uur moet men eigenlijk niet werken. Voor eenigszins ernstige en diepgaande studiën is verversching van lucht voor de hersenen noodig.

Er is ook geen vaste regel aan te geven, hoe men zijn arbeid over den morgen en den avond verdeelen moet. De een kan uren lang over eenzelfde vak zitten; de ander heeft verandering noodig. Overigens is aan te raden twee uur aan een vak van meer omvang pl.m. een uur aan een minder omvangrijk vak. Veel hangt af van de individualiteit

Catalogus Horarum.

Eerste jaar:

Kerkgeschiedenis 7 uur

Exegese 9 „

Encyclopaedie 3 |

Dogmatiek 4 _ . nu/i ut _ > per week. Philosophie 2 „ K

Idololatrie 1 „

Nieuwe talen 3 „

Patristiek 1 „

Tweede jaar:

Kerkhistorie 6 uur.

Exegese 5 „

Dogmatiek 9 „

Philosophie 2 „

Idololatrie 2 „

Nieuwe talen 2 „

Patristiek 2 „ In de vrije uren repetitie van het eerste jaar uit de excerpten om bij te houden. Derde jaar: Eerste Semester: Kerkhistorie 4 uur. Exegese 3 „

Sluiten