Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

295

JAARTAL 1890

bestaan kan. De „gedienstigheden van de praktijk'', die het kwaad temperen, hebben niet plaats krachtens, maar in strijd met het beginsel onzer Hooger-Onderwijswet.

Nu bleef nog over de beantwoording der vraag, of er aan de publieke Universiteit plaats is voor een theologische faculteit met het oog op die opvatting van het wezen onzer Universiteiten, gelijk die in de publieke opinie resultaat is van het compromis, dat tusschen de idealisten en sinds 1876 werd gesloten. Daarbij werd teruggegaan tot de beginselen van ons staatsrecht. En wat nu is hiervan het primordiaal beginsel, door alle partijen als haar overtuiging beleden? Dit, dat de Staat als zoodanig onbekwaam en onbevoegd is om bij de geestelijke worsteling de wet te stellen. Vroeger was dit niet zoo; toen was wie eensdenkend was met de Overheid, de echte burger, en die van haar in zienswijze verschilde, werd slechts als bijwoner geduld.

Maar thans oordeelen in het afgetrokkene alle partijen, dat alle burgers voor de wet gelijk moeten staan. Edoch hieruit vloeit voor ons Hooger Onderwijs de consequentie voort, dat de Overheid dan alleen gerechtigd is de wetenschap te propageeren, zoo ze absoluut is. Maar zulke wetenschap, de lagere der natuurkunde uitgenomen, is er niet; en daarom behoorde de Staat zich van nagenoeg alle bemoeiing met de wetenschap te onthouden, of wel te zorgen, dat elke richting gelijk recht ontvange. Hij kan volgens het beginsel van ons staatsrecht slechts één dezer drie wegen inslaan: Of geheel het Hooger Onderwijs uit handen geven en aan de belangstelling van de minnaars der wetenschap zelve overlaten, hoogstens geldelijken steun biedend aan elke Universiteit, die aan zekeren eisch In het aantal van katheders enz. voldoet; öf wel hij kan, aangenomen dat zich in hoofdzaak drie richtingen op wetenschappelijk gebied vertoonen, voor elk dezer drie een zijner Universiteiten beschikbaar stellen, onder toekenning van het recht van benoeming der hoogleeraren aan deze Universiteiten zelve; óf eindelijk, hij kan de rol op zich nemen om enkel een lente voor de wetenschap te spannen, waarin ze alle hulpmiddelen gereed vindt, en aan elke particuliere vereeniging voor Hooger Onderwijs hiervan het vrije gebruik afstaan.

Hier veroorloven we ons een enkel citaat in te lasschen.

Na uit de termen, uit de historie, uit het beschreven recht, en uit het beginsel van ons Staatsrecht te hebben aangetoond, dat onze publieke Universiteit, gelijk die ten onzent bestaat, onder elk opzicht ongeschikt is om een Theologische Faculteit te herbergen, ging Professor Kuyper aldus voort:

Sluiten