Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1890

296

Zelfs toch al ging de gedienstigheid der practijk zóó ver, dat men ook aan ons, Calvinisten, een geheele Theologische faculteit wilde inruimen, met waarborg dat ze in de toekomst steeds Calvinistisch kon blijven; ja al schonk men ons, door wetsherziening vrijheid, om het kader van deze faculteit naar de eischen van onze wetenschap in te richten; dan nog zouden we zulk een Theologische faculteit afwijzen. Afwijzen vooreerst, omdat onze zaak te heilig is en wij te fier in haar verdediging zijn, om van conniventie te leven; ten tweede omdat wij elke schikking ten onzen behoeve afwijzen, waarbij een ander groot deel onzer medeburgers verongelijkt blijft; en ten derde, en hier lette men wel op, omdat onze Theologie de eere niet mag prijs geven van slechts te kunnen optreden aan een Universiteit, die in al haar faculteiten, wat bet beginsel aangaat, met ons homogeen is. Door hier niet op te staan, zouden we het organisch verband tusschen de Theologie en de overige deelen van de wetenschap prijs geven. Zulk een faculteit zou een Methodistisch seminarie of Baptistische kluis zijn, ingemetseld in den ringmuur van een rationalistische academie; en bet noodzakelijk verband tusschen het leven uit de schepping en het leven uit de genade zou worden losgelaten; m. a. w. het uitgangspunt zelf van onze Theologie zou in de positie, die men aan onze faculteit aanwees, principieel worden verloochend.

Ten slotte omschreef Prof. Kuyper het door hem ingenomen standpunt Naar onze overtuiging behoort de Staat te breken met zijn stelsel van ofScieele staats-orthodoxie op geheel het terrein der wetenschap, en op dien grond over te gaan tot volledige afschaffing van de dusgenaamde theologische faculteit aan zijn publieke Universiteiten. Doch daarbij kan hij niet blijven staan. Hij moest dan tevens ernst maken met het beginsel van vrij Hooger Onderwijs, dat nu een doode letter is. Wint dit in kracht, dan komt de Overheid voor het dilemma, om een positie in te nemen, die met den gebiedenden eisch van ons staatsrecht strookt, óf geheel het Hooger Onderwijs aan de minnaars der wetenschap over te laten. En dan zal zijn uit te maken, of ze in de publieke Universiteiten inrichtingen van onderwijs wil blijven zien, of wel ze zal omstempelen tot een inrichting voor den bloei der wetenschappen. Dit laatste nu zou ons het meest aanstaan; de wetenschap als „souvereine in eigen kring" zou dan eiken teugel van den Staat afwerpen en de inmenging van de Overheid zou zich slechts tot het materieele bepalen. Edoch, van de bereiking van

Sluiten