Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1890

334

merking toe te voegen, dat bi] de invoering van deze nieuwe staatsrechtelijke verhouding tevens een overgangsmaatregel zou moeten genomen worden, om aan kerken die in een verkeerd spoor geleid waren, zonder bezwaar voor haar rechtszekerheid de gelegenheid te bieden, op het betere spoor te komen. Het zou toch niet aangaan, dat kerken, die in heur Collegialistische formatie zeker bezit hadden verworven, bedreigd wierden met het gevaar, om bij het zoeken van zuiverder formatie, haar kerkegoed in perikel stellen.

Toch mag deze korte opmerking den gedachtengang niet breken, die ons in dit slotartikel bezighoudt

Immers thans is maar de hoofdvraag, of de oogen van hen, aan wie Koning Jezus als zijn ambtsdragers de leiding op aarde van zijn kerk beeft toevertrouwd, voor het doodelijk gevaar van bet Collegiale stelsel geopend zijn.

De verontschuldiging die voor deze bedenkelijke blindheid nog gelden kan, is thans uiteraard vervallen.

Niet alsof we staande hielden, dat onze historische, polemische en tbetische toelichting van dit punt boven critiek verheven was. Integendeel niets zal ons aangenamer zijn, dan ook anderen aan deze studie te zien tijgen, en te zien aantoonen, dat op dit of dat punt onze voorstelling juister en vollediger had kunnen zijn.

Al wat openbaar maakt is licht

Maar dit althans kan men nu voortaan niet meer zeggen, dat men van het Collegiaal systeem nooit gehoord had, en er zich deswege geen begrip van kon vormen.

Men heeft er nu maanden achtereen van gehoord; en al heeft de behandeling van zulk een onderwerp in een weekblad het nadeel, dat de lezing telkens wordt afgebroken, en daardoor de draad van het geheel voor menigeen te loor gaat, ze biedt toch ook weer het voordeel, dat alle aandacht met zekere aanhoudendheid op hetzelfde onderwerp gevestigd wordt en het onderwerp althans kleeft in de herinnering.

En nu stellen we ons in bet minst niet voor, dat aanstonds een ieder zich gewonnen zal geven.

Zielkundig kunnen we ons zelfs best voorstellen, boe zeer velen al spoedig oordeelden, dat zulk een onderwerp hun te taai en zulke lectuur te onverduwbaar was.

Dezulken zijn dan de oude knechten gebleven.

Ook kunnen we ons zeer goed inbeelden, hoe vele anderen de kloekheid misten, om de onkunde te erkennen, waarin ze dusver omtrent dit hoogst gewichtig punt hadden voortgeleefd, en nu uit gemis aan Christelijke bescheidenheid en wetenschappelijken ootmoed, er zich van af maken met het zeggen, dat al zulk

Sluiten