Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

335

JAARTAL 1890

gepraat over het gevaar van het Collegiaal stelsel niets te beduiden heeft

Er zullen er eindelijk ook wel zijn, die heimelijk door liefde voor de gemakken van het Collegiaal stelsel aangetrokken, liever aan hun Gereformeerde consciëntie het zwijgen opleggen, dan dat ze de schfjnvoordeelen van bet Collegiaal stelsel zullen prijsgeven.

Een overwinning met één slag hebben we ons dan ook geen oogenblik voorgespiegeld.

Maar dit hoopten we en in die hope zijn we niet te leur gesteld, dat de ernstige mannen onder de leden der gemeente, en de kunstigste onder haar voorgangers terstond erkennen zouden, dat de vinger op een wonde was gelegd, waaraan elke kerk, tenzij die wonde genezen worde, moet doodbloeden. En dit is ons genoeg.

Gelijk toch de fatale gedachte van het Collegiale stelsel niet met één slag de geesten veroverd heeft, maar allengs haar zegetocht voortzette, zoo, des zijn we zeker en gewis, zal ook deze poging om het Collegiale stelsel weer met tak en wortel uit te roeien, niet opeens slagen, maar toch kracht oefenen om het allengs in het denken der Christenen te ondermijnen, tot het allengs in de publieke opinie der Christenheid zijn kracht verlieze, en de plaats ruime voor die gezonder en zuiverder opvatting van ons kerkrecht, die door de erkenning van het Koningschap van Christus over zijn kerken geëischt wordt.

Ter introductie van Dr Kuypers Separatie en Doleantie diende nog een artikel in De Heraut van 2 November 1890 (no. 671):

Rekent men bij zijn actie in de reformatie der kerk wel overal genoeg met de onbetwistbare eischen van ten kerkelijk instituut? Soms zou men het betwijfelen.

Vaak toch beeft het al den schijn, alsof men tot reformatie der kerk overgaande, in den waan verkeert, dat de kerkeraad over de leden zijner kerk naar eigen goedvinden kan beschikken, en alsof hun eigen keus van beslissing hierbij zelfs geen oogenblik in bet spel komt

En dit nu zou toch een fout zijn.

Immers hoe ontstaat het instituut eener plaatselijke kerk?

Altoos zóó, dat in een stad of dorp, waar de Christus dusver nog geen belijders had, nu door aanraking met andere plaatsen, of door zending uit die andere plaatsen, eenige personen tot de belijdenis van den Christus gebracht worden. Is het toch eenmaal hiertoe gekomen, dan is er een deel van de kerk van Christus in die plaats zichtbaar geworden, en ontstaat vanzelf behoefte

Sluiten