Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1891

10

na te zien, of het wel goed was, en wat fout was, te verbeteren.

Ja, zoozeer beschouwde Voetius dezen arbeid als een werk, waarover hij zelf oppermachtig te beschikken had, dat hij In zijn brief van 4 Maart 1661 zich nagenoeg geheel in Poudroyens plaats zet, en een verzoek doet, als uiteraard alleen de auteur zelf kon doen, om namelijk bij mogelijken herdruk deze laatste revisie, en niet den tekst van een der vorige uitgaven te gebruiken. Voetius rekende er dus op, dat het bij dezen vierden druk niet blijven zou, en sprak daarin blijkbaar de verwachting uit, dat de Gereformeerde belijdenis hier te lande voortdurend het hooge standpunt zou blijven inneemen, waarvan Cats' toespraak op de Groote Vergadering getuigenis gaf. Die hope werd intusschen niet verwezenlijkt. Het Calvinisme is kort na Voetius' dood ingeslapen op zijn lauweren. Voetius' geschriften zijn in onbruik geraakt. En niet lang meer, of de ondermijning der Gereformeerde waarheid en de loswrikking van de fondamenten der Gereformeerde Kerken begon. Toch school in die Belijdenis te goddelijke kracht en kleefde aan die Kerk onzer vaderen te heilige belofte, dan dat ze in dien slaap der zonde haar doodslaap zou vinden. Allengs kwam er dan ook weer een ontwaken. De Gereformeerde naam is weer machtig in het land geworden. En zoo is het dan niet onvoegzaam, dat thans, na ruim twee eeuwen van vergetelheid, ook deze arbeid van Voetius weer onder den volke worde gebracht en zijn uitzicht op een vijfden druk van deze Catechisatie na een tusschen ruimte van meer dan twee eeuwen, in vervulling ga.

Toch ieide niemand hieruit af, dat het mij raadzaam zou voorkomen, deze Catechisatie nogmaals op onze Catechisatiën in te voeren, en onze kweekelingen deze ruim 1300 bladzijden compressen druk van buiten te laten leeren. Dat was toen ter tijd wel de bedoeling; al is kwalijk na te gaan, of er metterdaad vele kerken waren, die het onderwijs in den Godsdienst op zulk een dorren en omvangrijken leest schoeiden. Bij zeer enkele leerlingen moge dit gegaan zijn en vrucht hebben gedragen; maar voor meer algemeen gebruik is deze manier van Catechiseeren veel te uitvoerig en te breed opgezet. Wel trachtte Poudroyen hieraan tegemoet te komen, door de vragen en antwoorden in vier klassen in te deelen, zóódat de met A gemerkte vragen voor de eerstbeginnenden, die waar een B voor staat met de reeds eenigszins gevorderden, de met een C geteekende alleen voor de bijna volleerden, en de met een D voorziene vragen alleen met enkele buitengewoon knappe catechisanten behandeld werden; een methode die toen veel gevolgd werd, en die men ook in Dr. Rotter dam's Sions Roem en Sterkte terug vindt; maar toch was ook deze methode niet in staat, om de jeugd anders te maken als ze nu nog is, en in de 17e eeuw was. Kinderen blijven kinderen; en al is het zeer goed mogelijk, zelfs een betrekkelijk jong kind, elke week een twintigtal korte antwoorden van buiten te laten leeren, toch wordt nooit het doel bereikt, dat ze er in een jaar duizend leeren en van deze duizend er ook maar twee honderd in het geheugen houden.

Dat men desniettemin in de 17e eeuw een poging waagde om dat

Sluiten