Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

JAARTAL 1891

van allerlei wat op den Sabbath al of niet mag gedaan worden; en ten andere een breede reeks vragen over den Vastelavond. Bij deze vragen nu is Voetius, en op zijn voetspoor Poudroyen in een uitvoerigheid vervallen, die aan de spotzucht voedsel gaf, b.v. door de vraag, of Gereformeerde ouders op Vastelavond pannekoeken voor hun kinderen mogen bakken. En wijl nu de meeste bedillers niet wisten, dat ze eigenlijk met een werk van Voetius te doen hadden, achtten ze zich nu gerechtigd met den armen Poudroyen den draak te steken, gelijk dit nog in onze eeuw Dr. Glasius deed. Intusschen is deze lafheid door niets gerechtvaardigd. Voetius heeft volstrekt niet bedoeld, dat zijn aanduiding van hetgeen op den Sabbath al dan niet geoorloofd zou zijn, als kerkelijke wet zoude geijkt worden, maar heeft alleen willen aangeven, hoe hij persoonlijk in dergelijke gevallen handelen zou. En wat den „Vastelavond" betreft, zoo houde men in het oog, dat Poudroyen uit Heusden was, en dat Voetius te Heusden heeft gestaan. Dit deed vanzelf de aandacht vestigen op de gevaren, die in de viering van den „Vastelavond" voor de Gereformeerden school. Kinderen en min nadenkenden houden vaak van wat een prettigen avond bezorgt, en zoo werden zwakke ouders er toe verleid, om in het Roomsche Noord-Brabant, hun kinderen en dienstboden met den Vastelavond te laten meedoen. Dit misbruik nu wilde Voetius tegengaan. Hij oordeelde, dat zulks voor een Gereformeerde niet te pas kwam. En zoo nu keurde hij het ook af, dat weer andere ouders, om hun kinderen thuis te houden, hun thuis een feestmaal bereidden. Immers dit was toch weer een bedekt meedoen met wat uit den Roomschen eeredienst voortvloeide en met onze Gereformeerde Belijdenis streed. Voor onze meeste lezers had dus dit aanhangsel over den „Vastelavond" veilig weg kunnen blijven. Maar waartoe het werk verminkt! Daargelaten nog, dat er ook heden nog Gereformeerde gezinnen te midden van een bijna uitsluitend Roomsche bevolking wonen, voor wie ook in deze verhandeling over den „Vastelavond" nog menige goede wenk bij de opvoeding hunner kinderen ligt.

De enkele aanteekeningen, die hier en daar bij den tekst zijn gevoegd, mogen wat hun doel en strekking aangaat, voor zich zeiven spreken.

En zoo ga dan ook deze herdruk van Voetius Catechisatie onder ons Gereformeerde volk uit, om de oude palen, die zoo veelszins verzet zijn, weder recht te helpen zetten, en alzoo die degelijke, grondige kennis van de waarheid te bevorderen, die alleen macht heeft, om onze kerken aan den wind van leering, die thans uit allerlei hoeken waait, te doen ontkomen, en ze weer te stellen tot een „pilaar en vastigheid der waarheid".

Amsterdam, 13 Juni 1891. KUYPER.

In Maart 1892 verscheen het werkje in twee deelen compleet. Het werd in De Heraut van 13 Maart door Dr. Kuyper aldus besproken :

De Gebroeders Huge te Rotterdam hebben een nieuwe uitgave

Sluiten