Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1891

20

malen ter sprake kwam, er in anderen geest over hooren redeneeren.

Die revisie van de belijdenis noodig acht, toone: a. dat hij zelve werkelijk gereformeerd is; b. brenge zijne gravamina in wettig kerkelijken weg ter plaatse waar die behooren; c. bewijze de fouten die hij meent gevonden te hebben met duidelijke uitspraken der Heilige Schrift; d. gelukt hem dan niet zijn afwijkend gevoelen uit de H. S. te bewijzen en de Kerk te overtuigen, en wordt hij zelf ook niet van rijn eigen dwaling of overdrijving overtuigd, dan trede hij persoonlijk uit zulk eene Gereformeerde Kerk uit en voege zich bij een Kerkgenootschap, waar zijn afwijkend gevoelen wordt beleden en waar hij dus behoort

Dat de Kerk ten behoeve van iedere invallende gril der naar nieuwigheid zoekende geesten klaar zou staan om hare belijdenis te herzien, is een gansch onredelijke eisch. En dat ze aan afwijkende gevoelens zou moeten toegeven, om zich zoo doende, onder de leuze van revisie en rectificatie der belijdenis, inderdaad op een ander standpunt te laten dringen, en de ingekropene dwalingen zoodoende met de autoriteit der Kerk zelve zou kronen, is meer dan eene Kerke Christi gedoogen mag.

Van de critiek, die Dr. Kuyper op de voorslagen tot revisie gaf, verscheen ook een zeer welwillende resumtie in de New York Observer, en Professor Benjamin Warfield zond aan wat wij zouden noemen de classis van New-Brunwick, een concept-antwoord op de bedoelde voorslagen in, waarin hij cordaat en flink tegen den bedenkelijken toeleg tot Arminianiseering der Westminster Confessie opkwam, en tegenvoorstellen deed, die zich bijna geheel in de lijn van Kuypers critiek bewogen.

124; Onze Gedragslijn bij de Stembus van 1891 (Overgedrukt uit „De Standaard"). Niet in den handel. 1891.

Sinds 1888 kon de antirevolutionaire partij bij de Stembus niet volstaan met een kort Shibboleth, een stembusleus, maar diende in een program van actie uitgesproken, wat alzoo de punten van staatsbeleid waren, die, naar het oordeel der partij, in de eerste plaats in aanmerking kwamen, om er door het nieuw optredend Kabinet de keuze uit te laten doen; en welke houding ze wenschte, dat de Kamerclub bij de behandeling dezer onderwerpen zou aannemen.

Ook in 1891 werd daartoe door het Centraal Comité aan de kiesvereeniging een voorloopig concept toegezonden. Het luidde aldus:

Nog steeds van oordeel, dat onze staatkundige toestand niet gezond wordt zonder eene meer afdoende Grondwetsherziening, al ware het slechts om de samenstelling der Eerste Kamer te verbeteren en de rechten der minderheden duurzaam te waarborgen, spreekt de Antirevolutionaire partij bij de stembus van 1891 als hare overtuiging uit, dat 's lands belang het meest gebaat zal worden, zoo

Sluiten