Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1891

42

dien zin opgevat, alsof in zake de leerstellige vraagstukken, die gedurende eenigen tijd op tweeërlei uiteenloopende wijze in onze kerkelijke organen besproken zijn, die beide wijzen van voorstelling door de Synode een definitieve keuze ware gedaan.

De Generale Synode heeft niet de ééne voorstelling verworpen, en de andere geijkt

Wat ze uitsprak was alleen dit, dat de voorstelling in zake deze leerstukken door Dr. Kuyper en zijn medestanders gegeven, in niets het vertrouwen dat de kerken in deze mannen stelde, geschokt had.

Er was beweerd, dat Dr. Kuyper, en zijne medestanders, d. i. alle theologische hoogleeraren aan de beide Theologische Scholen te Amsterdam en Kampen, op één na, af waren geweken van de waarheid der Schrift, en af waren geweken van onze Gereformeerde belijdenis.

Had nu de Generale Synode zich met dat oordeel vereenigd, dan had ze natuurlijk op geen manier haar vertrouwen in deze mannen kunnen uitspreken, maar had ze omgekeerd haar wantrouwen moeten constateeren, de vier schuldige hoogleeraren der Kamper-School onverwijld moeten schorsen, en tegen de drie even schuldige hoogleeraren aan de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit bezwaren bij Directeuren moeten inbrengen; alsook hen als adviseerende leden der Synode moeten weren.

Immers wie in openlijken strijd met de Schrift en de Formulieren van eenigheid leert, mag en kan door geen Gereformeerde kerk, noch op den kansel, noch op den katheder geduld worden, en hem moet elk recht betwist om op een Generale Synode der kerken te adviseeren.

Door met alle uitgebrachte stemmen op één na (die van Ds. Nederhoed) haar vertrouwen in Dr. Kuyper en zijn medestanders uit te spreken, hem en hen op den katheder ongemoeid te laten, en op de Synode van hun diensten als adviseerende leden gebruik te maken, hebben de kerken alzoo uitgesproken, dat zij, ook zonder nader onderzoek, de voorstelling der leer van deze mannen zeer wel kenden, deze voorstelling der leer niet in strijd met de Schrift achtten, en al evenmin in strijd met de Formulieren van eenigheid.

Dit ligt onbetwistbaar in het besluit der Generale Synode in.

Maar er ligt niet in, dat de Synode hiermede, die betwiste én de daartegenover staande voorstelling van de leer des Doops, der rechtvaardigmaking enz., beide voor zich nemende, alsnu ook voor de eerste gekozen en de laatste verworpen heeft.

Keuze deed de Synode niet.

Ze sprak zich over de voorstelling der leer, die men tegenover die van Dr. Kuyper c.s. plaatste, ganschelijk niet uit; en bepaalde er zich toe, te verklaren, dat de betwiste voorstelling niet viel buiten het kader van onze Gereformeerde belijdenis.

Hiermede is dus wel de angel der bitterheid uit dit ernstig geding weggenomen, maar de worsteling tusschen beide voorstellingen blijft open. En op gansch broederlijke wijze kan thans over deze gewichtige leerstukken onderling in onze organen gesproken worden, niet meer

Sluiten