Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47

JAARTAL 1892

Was er nu niet zooveel waars in menig woord, in menige bedenking door hem geopperd, was er niet zooveel verleidelijks in zijne wijze van voorstelling, was er niet zooveel schoons in stijl en betoogtrant, zooveel schitterends, ja verblindends in het vuurwerk waarin hij het streven zijner tegenstanders laat opgaan — ik zou zwijgen over zijn optreden. Nu daarentegen meen ik dat geen ernstig denkend man zich aan de overpeinzing van Kuyper's „Verflauwing der grenzen" onttrekken mag. Gunt mij het voorrecht eenige oogenblikken uw gids daarbij te zijn I

Allereerst beoordeelen wij het standpunt des schrijvers, gaan II0 de juistheid na der schets, door hem van onzen tijd gegeven om III0 de vraag te beantwoorden: of een toevlucht zoeken binnen de Calvinistische veste voor de kinderen van onzen tijd is een gebiedende noodzakelijkheid, op gevaar van anders reddeloos te gronde te gaan ?

In Friedrich Nietzsche Germanje's Multatuli, Proeve van Beschouwing door R. A. Swanborn Qzn., 1894, lezen we o. m.:

Als ik mij niet vergis, komt de eer, Nederland voor het eerst gewezen te hebben op deze droevige verschijning, droevig in dubbelen zin, toe aan Prof. Dr. A. Kuyper, wiens oratie „De verflauwing der grenzen" aanvangt met eene verwijzing naar Nietzsche.

Men zegge wat men wil, Kuyper's werk is een meesterstuk, dat niet alleen getuigt van de bekende vaardigheid met de pen, maar bovenal van groote geleerdheid en veel, veel belezenheid.

Na het verschijnen van deze oratie kwam er al meer en meer belangstelling in Nietzsche en zijne werken, en nu, in deze dagen, nadat de Parysche Figaro iets geopenbaard heeft omtrent zijn tegenwoordigen toestand, nu is Nietzsche de man.

Al eerder echter had Dr. Kuyper over Nietzsche geschreven, n.1. in De Heraut van 15 Mei 1892:

In Duitschland is onder den titel: Atso sprach Zarathustra een geschrift van Prof. Nietzsche uitgegeven, dat ook in onzen kring de aandacht verdient.

Nietzsche is zoo ongeveer de Multatuli voor de Duitschers. Een prachtig schrijver. Een held van het woord die geen vooroordeelen ontziet. En tegelijk een volmaakt ongeloovige.

Het pikante in zijn verschijning ligt echter hierin, dat hij niet zooals de meeste ongeloovigen met de Wetenschap dweept, maar de holheid en onhoudbaarheid van het standpunt der dusgenaamde wetenschap op bijtend ironische wijze in het licht stelt. Iets dat daarom te pikanter is, wijl hij zelf hoogleeraar was.

Nietzsche nu is volkomen overtuigd van de gemeene ellende, waarin ons menschelijk geslacht verzonken ligt, en acht dat alle pogingen die dusver zijn aangewend, om de wonden van ons geslacht te genezen, ijdel zijn bevonden.

Noch de Kunst is hierin geslaagd, noch de Wetenschap, noch

Sluiten