Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

JAARTAL 1892

Ten besluite nog slechts deze drie opmerkingen: 1°. dat Dr. Kuyper dit standaardwerk schreef in den tijd van zijn volle rijpheid als theoloog; 2°. dat hij in deze uiteenzetting van den Catechismus heel zijn theologisch stelsel samenvatte en 3°. dat hij de leer der vaderen hier telkens aanvult met het oog op de godsdienstige vraagstukken van zijn eigen tijd.

Terwijl we dit schrijven vernemen we juist, dat de Amerikaansche uitgever Eerdmans een Engelsche vertaling van E Voto door Dr J. H. de Vries van Walpole, Miss. zal publiceeren.

130. Onze Scholen in nood! Bede om hulp gericht tot de Leden der Nederduitsche Gereformeerde Kerk te Amsterdam. Amsterdam, Höveker en Zoon, 1892.

Dit kleine geschriftje, van niet meer dan 16 bladzijden, heeft als motto op het titelblad: „De kinderen zijn een erfdeel des Heeren! Psalm 127 : 5a" en is gedateerd: „Amsterdam, April 1892".

Het staat niet rechtstreeks op den naam van Dr. Kuyper, maar is onderteekend door het Bestuur der Vereeniging voor Lager Onderwijs op Gereformeerden grondslag: Dr. A. Kuyper, Voorzitter; Dr. J. Woltjer, Vice-Voorzitter; J. A. Wormser, Secretaris; W. Hovy, Penningmeester; H. Bijleveld, Tweede Penningmeester; P. van Eyk; Dr. W. Geesink; H. A. Höweler; W. Kuyper: Ds. H. W. van Loon; Ds. C. A. Renier; J. W. N. Schneider; Ds. P. van Son; C. G. Timmermeister.

De inhoud is echter kennelijk van Dr. Kuypers hand. Blijkbaar meende het Bestuur, dat niemand beter dan hij de alarmklok kon luiden. En daarin vergiste het zich niet.

Deze bede om hulp begint aldus:

Geliefde Broeders en Zusters! De tijd tot spreken is eindelijk gekomen.

De Gemeente mag niet langer onkundig blijven van den werkelijken nood, waarin haar scholen voor Lager Onderwijs verkeeren.

Blijft het gaan zooals het nu gaat, dan moet onherroepelijk een onzer scholen gesloten worden.

Op den duur grove schulden maken, kunnen en mogen we niet.

Dat loopt van jaar tot jaar op, en ten slotte zou men zijn schulden niet meer voldoen kunnen.

Liep nu het tekort over een bedrag, waarvan men zeggen moest, dat het de kracht der Gemeente metterdaad te boven ging, dan zouden we er het zwijgen toe hebben te doen, en eenvoudig tot sluiting van een onzer vijf scholen moeten overgaan.

Doch het tegendeel is waar.

Indien de Gemeente haar gaven voor de scholen slechts een weinig verhoogt; en vooral de achterblijvers beter htm pHcht in deze gaan gevoelen; is het tekort gedekt en alle gevaar afgewend.

Sluiten