Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1893 EN 1894

64

132. Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid. Drie deelen, 1893 en 1894. Amsterdam, J. A. Wormser.

Dit is een levenswerk van Dr. Kuyper. Reeds in Het Conflict gekomen, III, blz. 39 had hij' in 1886 geschreven, dat de studie der theologie in toenemende mate zijn kracht eischte, en als de Heere zijn God hem nog een tiental jaren levens mocht hebben toebedacht, dan was het al zijn jaloerschheid en zielsinnig begeeren, dat hij eerst zijn Encyclopaedie, daarna zijn Dogmatiek mocht uitgeven, en dat hij zijn levensarbeid besluiten mocht met de uitlegging van een boek uit het Woord.

Deze laatste wensch is geheel onvervuld gebleven. De uitlegging van den Romeinenbrief, op een Zaterdagmiddagcollege nauwelijks aangevangen, werd door zijn Ministerschap gestaakt. De Dogmatiek bleef in collegedictaten steken. Maar de Encyclopaedie zag het licht. En nog op de Deputatenvergadering van 30 Maart 1894 kon Dr. Kuyper niet nalaten er op te wijzen, dat hij dit omvangrijke wetenschappelijke werk ter perse had liggen.

Het eerste deel van dit standaardwerk verscheen tegen het einde van 1893. De beide andere deelen volgden in de eerste helft van 1894. In royaal octavo, met een scherp lettertype op deugdzaam papier gedrukt had het werk ook als uitgave recht op een zeer eervolle vermelding.

In het eerste deel, dat de Inleiding geeft, zegt de schrijver in een woord vooraf:

Deze Encyclopaedie staat op het standpunt der Gereformeerde beginselen, die de schrijver uit volle overtuiging belijdt. Haar uitgangspunt neemt daarom deze Encyclopaedie in wat Calvijn noemde het semen retigionis, of den sensus divlnttatts In ipsis medullis et viseribusus homines inflxus. Krachtens het feit der Palingenesie, dat, evenals de zonde, óók op het leven van ons bewustzijn inwerkt, draagt deze sensas divlnttatts noodzakelijkerwijs een ander karakter bij hen, die reeds op het erf der palingenesie leven, dan bij hen, die er nog buiten of nog tegenover staan, en geeft dus ook aan den wetenschappelijken arbeid op beider terrein een uiteenloopende richting. Bij alle waardeering van de wetenschappelijke veerkracht door hen, die een ander uitgangspunt kozen, aan de theologische Encyclopaedie ten koste gelegd en zonder het gevoel van dankbaarheid te onderdrukken voor het vele, dat ook hij aan hun geschriften dank weet, kan daarom de schrijver van dit werk zijnerzijds toch niet aan hun arbeid aansluiten. Zijn uitgangspunt noodzaakte hem in menig opzicht een afwijkend pad te volgen.

Mocht dit er toe leiden, dat men, op ander standpunt staande, zijn arbeid woog en te licht bevond, hij maakt op een zachter oordeel van wat velen thans, schier bij uitsluiting, de theologische wetenschap noemen, dan ook geen aanspraak.

Sluiten