Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

JAARTAL 1893 EN 1894

In de teekening van de enkele figuren, is een reuzenwerk, is een meesterwerk. Maar een meesterwerk dat om revisie vraagt

In een volgend opstel beschouwt Dr. Daubanton het „Algemeene Deel" van Kuypers Encyclopaedie. En dan luidt zijn oordeel:

Het is een constructie, breed opgezet, fijn uitgewerkt, met vindingrijk vernuft verdedigd, maar nu juist niet gebouwd op heel de werkelijkheid in Schrift en Geschiedenis gegeven.

Van het derde, bijzondere deel, waarin Dr. Kuyper ons zijn encyclopaedisch schema voorlegt, begint Dr. Daubanton te zeggen:

't Is geen dorre lijst der onderscheidene disciplinen, die opgeteld worden, ingedeeld als ze zijn volgens het aangenomen principium divisionis, in de verschillende groepen. Neen: iedere discipline wordt besproken: haar karakter, haar methode, haar roeping in het geheel der Theologie. Haar geschiedenis wordt niet opzettelijk verhaald — en terecht 1 — maar telkens put onze encyclopaedoloog uit de geschiedenis treffende illustraties, sprekende voorbeelden, boeiende wenken. Waar gij dit deel ook openslaat is het interessant, pakt het, prikkelt het Laat het honderd keer tot tegenspraak prikkelen — 't verveelt u nooit

Recensent beziet nu het gebouw, dat Dr. Kuyper op de in deel twee gelegde grondslagen is gaan bouwen. Het schema, als zoodanig, houdt hem voornamelijk bezig. Daarvan zegt Dr. Daubanton tenslotte:

Wie het „Encyclopaedisch Overzicht" aan het derde deel toegevoegd, beschouwt, zal erkennen dat K. zijn schema volgens de aangenomen principia divisionis flink en fijn, helder wijl logisch, boeiend wijl rijk heeft uitgewerkt Afkeurende kritiek over dit en dat détail kan samengaan met een zeer waardeerend oordeel over het schema in zijn geheel, over het schema als zoodanig. Het getuigt van een diepen en sympathischen blik in het organisme onzer wetenschap, van een groot talent op het weergeven, het in teekening-brengen van dat organisme en zijn teêrste geledingen. Vele schemata ken ik, die, formeel beschouwd, ver beneden dat van Kuyper staan, weinigen die zóó goed en schoon zijn.

Eindelijk geeft Dr. Daubanton zijn eindindruk van het geheele werk aldus weer:

Kuypers Encyclopaedie doet mij denken aan een eerbiedwaardigen dom in gothischen stijl zooals de Middeleeuwen ze deden verrijzen. Wat rijkdom van enkele partijen dienstbaar één, in overeenstemming mét de ééne groote idee van het geheel. Gij staat eerst verrast, verwonderd en bewonderend, voor de gothische bouwing van dezen meester, die toch leeft in de negentiende eeuw — é la fin du siècle. Gij gaat het heiligdom binnen en waardeert de piëteit vertolkt door pijlen en boog. Maar, zoo de bekoring, waaronder gij zijt de kritiek in uwe bewondering niet sluimeren doet, zegt ge: „een

Sluiten