Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

JAARTAL 1893 EN 1894

ongetwijfeld, zijn Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid, in drie deelen, uitgegeven in 1894, waarvan dit boek het gedeelte van een Engelsche overzetting biedt, ■ ■*

Dit belangrijke werk verschilt van andere theologische encyclopaedlen in velerlei opzicht. Het onderscheidt zich door de juistheid der wetenschappelijke conceptie en door de bekwaamheid, waarmee het eigen gebied der encyclopaedie is behandeld en ingedeeld. Het onderscheidt zich niet minder door den machtigen greep in de stof zelve en de groote zorgvuldigheid, waarmee alles in zijn bijzonderheden is uitgewerkt. Ook onderscheidt het zich door den aantrekkelijken stijl, die nooit saai is, maar dikwijls tot ware welsprekendheid zich verheft. Doch bovenal onderscheidt het zich door de kloekheid, waarmee het is gebaseerd op de beginselen van de Gereformeerde theologie; waarmee het zijn uitgangspunt neemt in wat Calvijn noemde de semen rellgionis, of de sensus dtvinitatis in ipsis meduüis et visceribus hominis infixus, zoodat het aanstonds hem, die een ander uitgangspunt kiest, doet zien hoe bijna dwaas hij toch handelt; én waarmee het heel zijn betoog opbouwt op de erkenning van de waarheid der gereformeerde grondstellingen en dus dadelijk laat uitkomen, dat het in veel van het gezichtspunt der andere systema verschilt. Met zoo een rijk boekdeel voor zich, als dit werk is, zal het voor den lezer zeker niet noodig zijn over de methode of hoedanigheid te spreken. Alleen moge hij bedenken, hier slechts met een deel van het gansche werk te doen te hebben.

Geheel compleet bestaat het uit drie zulke deelen als dit. Het eerste van die is een inleiding en behandelt den naam, de idéé en conceptie der Encyclopaedie, en dan, meer in 't bijzonder, de idéé, de indeelingen en (gansch zeer uitvoerig) de geschiedenis der theologische encyclopaedie. Het tweede deel — het hier vertaalde — is het algemeene deel en bespreekt, gelijk de inhoudsopgave doet zien, al die vragen die de plaats der theologie onder de wetenschappen betreffen, en de natuur der theologie als een wetenschap met een principium. in zichzelve. Dit deel onderscheidt zich door de uitgebreide en diepgaande bespreking van het Principium Theologiae, al verbreekt het — 't is waar — eenigszins de proportiên van de behandelde stof en doet een zijstap op het gebied der dogmatiek, waarover de schrijver behoorlijk zijn verontschuldiging maakt, maar waarmee de lezer zoozeer gebaat is, dat hij integendeel zeer dankbaar zal wezen juist voor deze invoeging. Het derde deel loopt over de behandeling van de verschillende theologische indeelingen en is met verwonderlijke frischheid en oorspronkelijkheid bewerkt. Het is te hopen dat de ontvangst, aan dit deel te beurt vallend, een zoodanige moge zijn, dat uitgevers en vertaler er door worden aangemoedigd om voort te gaan en het werk in zijn Engelschen vorm geheel te geven, en dat alzoo dit boek, in den letterlijken zin van het woord, slechts een inleiden van Dr. Kuyper bij Engelsche lezers wèzen moge. Uit ervaring kan ik meedeelen, dat hij, die één vertoog van Dr. Kuyper leest, zeker den lust naar meer zal voelen opgewekt. Princeton, 16 Juni 1898. BENJAMIN B. WARFIELD.

Sluiten