Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

97

JAARTAL 1895

dan wel gewijzigd heeft, zoo meen ik niet te intiem te Worden, door drieërlei te zeggen.

Toen voor nu achttien jaren een minder ernstige, maar langer sleepende zenuwziekte, mij' een jaar en meer tot nietsdoen dwong, is in die afzondering het inzicht in het zuiverder licht, dat door de belijdenis der Gereformeerde beginselen op het wezen der dingen valt, bij mij tot volle klaarheid doorgebroken; en sinds heeft wetenschappelijke bestudeering van die beginselen de toen gevestigde overtuiging slechts versterkt

Thans nogmaals uit de veelvuldigheid des levens naar de eenzaamheid verwezen, overdacht ik meer de afgeleide vraag, of de algemeen Protestantsche, dan wel de Calvinistische richting aan ons volk op staatkundig gebied zijn nobelheid van streven en op maatschappelijk terrein iets van zijn oude veerkracht hergeven kon; en als vrucht van dit overdenken vestigde zich dieper dan ooit bij mij de nu onverwrikbaar geworden overtuiging, dat het blijven moet bij wat ons Program in artikel één belijdt, d. i. bij „den grondtoon van ons volkskarakter, gelijk dit, door Oranje geleid, onder invloed der Hervorming, omstreeks 1572, zijn stempel ontving", en immers dit stempel was, omnium consensu, beslist Calvinistisch.

Slechts in één punt verweet ik mijzelven verzuim.

In mijn ijveren voor het democratisch karakter, dat van het Calvinisme onafscheidelijk is, ontsloot ik mijn oog te weinig voor het gevaarlijk element, dat door vermenging van de ware met de valsche democratie ook in onzen kring kon insluipen; en hiertegen krachtiger dan dusver te getuigen, zal mij voortaan een zaak der consciëntie zijn.

Drage het publiek, dat De Standaard leest, mij daarbij met eenig geduld.

Door een bij dag noch nacht aflatende koorts van lange weken, aan ontstentenis van alle voeding gepaard, is het zenuwstelsel nog te uitgeput, en verbiedt de stellige raad mijner artsen mij, aanvankelijk meer dan half stoom te varen.

Mag ik daarom dit korte woord besluiten met een beroep op veler inschikkelijkheid, en aan de warmte, waarmee ik bij mijn terugkomst in het vaderland begroet werd, de hoop ontleenen, dat die inschikkelijkheid mij niet zal worden geweigerd.

Het was de Heere mijn God, die mij krank maakte; alleen Zijn goedertierenheid heeft mij de ontzonken kracht vernieuwd. Moge dan niet het minst in De Standaard die hergeven kracht aan de eere zijns Naams gewijd worden I

KUYPER.

Van 30 Januari tot 20 Februari 1895 verschenen nu in De Standaard 9 hoofdstukken over democratische klippen.

Vooraf gaat de herinnering, dat „het sturen in democratische richting" niet beteekent een aansturen op de Democratie als regeeringsvorm, maar een aanhouden op de democratiseering van het Parlement.

Het volk in al zijn rangen en standen moet kunnen opkomen om

Kuyper BtbL ^

Sluiten