Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

101

JAARTAL 1895

135. Proeve van Pensioenregeling voor werklieden en huns gelijken. Amsterdam, J. A. Wormser.

In verband met de destijds aanhangige quaestie van de Pensioenregeling schreef Dr. Kuyper daarover een kleine twintig hoofdartikelen in De Standaard van 8 April—23 Mei 1895. Ter afsnijding van misverstand voegde hij er in De Standaard van 27 en 29 Mei '95 nog twee artikelen over Armenzorg aan toe.

Van de omtrent pensionneering ontwikkelde denkbeelden gaf De Standaard van 23 Mei in een kort aantal stellingen deze resumtie:

Nu we in een kleine twintig artikelen eene poging hebben gewaagd, om onze lezers eenigermate in het vraagstuk der pensionneering in te leiden, kan het voor het overzicht van het geheel dienstig zijn, dat we, met weglating van de proeven van oplossing, de ontwikkelde denkbeelden in een kort aantal stellingen resumeeren.

1.

De overheidsbemoeiing met de pensionneering moet rusten op den drkledigen grondslag: 1°. dat de Overheid, bij gebleken onmacht harer onderdanen, tijdelijk voor hen moest doen, wat, bij normalen toestand, op hen zeiven als taak rust; 2°. dat de Overheid gehouden is, openbare regeling van rechten te verzekeren, waar deze, aan private handhaving overgelaten, tot onrecht leiden; en 3°. dat de Overheid geroepen is, om tijdelijk elk integreerend deel van het nationale leven, dat anders bezwijken zou, te steunen.

2.

Bij alle verzekering, die hier in aanmerking komt, moet het denkbeeld van aalmoes zijn uitgesloten. De aalmoes is voor de schuldigen of ellendigen, niet voor hem of haar die werken kan en dit doet.

3.

Elk deugdelijk stelsel van pensionneering moet uitgaan van een algemeen stelsel van verzekering tegen alle ongelegenheid, waarin de werkende stand geraakt door ziekte, ongeval, werkeloosheid, ouderdom of dood.

Ook al kan men voorshands alleen pensionneering invoeren, toch moet, om deze doeltreffend te doen zijn, het geheele stelsel overzien worden.

4

Bij het stelsel van verzekering moet het de toeleg der Overheid zijn, om haar regeling duurzaam te doen gelden, maar om hare hulp en bemoeiing, zoodra dit kan, terug te trekken.

5.

Qeene regeling mag ingevoerd, dan na de betrokken partijen, in casu de werklieden én hun patroons, te hebben gehoord.

Sluiten