Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

JAARTAL 1895

12.

Voor de Overheid zou dit onder normale omstandigheden eene uitgave vorderen van circa 40.000 X 100 's jaars, en een bijbetaling in de kas der werkeloosheid; een som, die alzoo tusschen de vier en vijf miilioen 's jaars zal bedragen; waartegenover daling van uitgaven voor armenzorg zou staan.

13.

De houder van het diploma zou betalen ƒ 150 op eens, en voorts ƒ 10 per jaar voor pensioen van weduwe- en weezenverzorging, alsmede ƒ 10 per jaar voor de kas der werkeloosheid. Twintig gulden per jaar is nog geen ƒ 0.40 per week, wat neerkomt op ƒ 0.06Vs per dag, of nog geen cent per uur.

14.

De patroons zouden hun werklieden te verzekeren hebben tegen ziekte en invaliditeit, wat even ƒ 20 zou beloopen, en alzoo een loonsverhooging van één cent per uur zou bedragen.

15.

Aan het geldverspillen van ongehuwde werklieden in hun jonge jaren, evenals aan het sluiten van te vroege huwelijken, zou door zulk een regeling zekere teugel worden aangelegd.

16.

In het beheer van deze kassen zouden ook de patroons en de werklieden moeten zijn opgenomen, met het doel, om ze zoo spoedig mogelijk, mits onder Rijkstoezicht, zelfstandig te maken.

17.

Gebruikmaking van bestaande Verzekeringsmaatschappijen, mits deze alsdan onder de controle der Overheid staan en door haar als solide geijkt zijn, kon in de regeling worden opgenomen voorzoover ziekte en invaliditeit aangaat

18.

Overmits zulk een regeling, in 1898 ingevoerd, eerst twee-enveertig jaar later haar volle werking zou kunnen uitoefenen, moet de daartusschen liggende periode door wat de Engelschen een brug noemen, overspannen worden.

19.

Voor die tusschenperiode moet afgezien van de mogelijkheid, om wie nu reeds 55 jaar oud is, recht op pensioen of weduwen- en weezengeld te verleenen, als gaande zulks de kracht der financieele hulpmiddelen geheel te boven.

20.

Aan hen, die de 23 jaren voorbij zijn, maar nog geen 25 jaar,

Sluiten