Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

JAARTAL 1895

Het is nu gebleken, dat de Vrije Universiteit tot geen prijs te bewegen was, haar beginsel los te laten, en dat ze liever het liefste prijsgaf, dan zich te bezondigen aan ontrouw.

Haar vaandel is niet verbleekt, maar mag zich nog met heldere banen ontplooien.

Juist daarom echter is het wenschelijk, dat zij die in de Vrije Universiteit een gave Gods aan ons volk zagen, dan nu ook dieper doordringen in wat aanhangig was, en zich er, met toenemende helderheid, rekenschap van geven, op hoe ernstige wijze het beginsel bedreigd was.

Daartoe nu heeft men in de eerste plaats kennis te nemen van de hieronder staande Stellingen.

Bij de lezing hiervan houde men intusschen wel in het oog, dat deze Stellingen in het minst niet ontworpen zijn, om zekere tegenstelling te zoeken.

Integendeel, bij de ontwerping van deze Stellingen zweefde geen der opstellers een ander doel voor oogen, dan dat het ten slotte gelukken mocht ook de dissentieerende hoogleeraren er voor te vinden.

Men kon zich nog niet voorstellen, dat ze er niet voor zouden te winnen zijn.

Eerst later, toen ze aan de orde kwamen, deed men de pijnlijke ervaring op, dat zelfs deze Stellingen, die toch zoo zuiver en recht liepen, in hoofdzaken en bijzaken, verworpen werden.

Doch hiermede was de zaak dan ook beslist

De Universiteit mocht zich van dat oogenblik af niet langer vleien met een hoop, die een schuldige illusie zou zijn geworden.

Langer te aarzelen ware plichtsverzaking geweest.

Ter toelichting voorshands slechts dit.

De Stellingen, gelijk ze hier volgen, zijn ontworpen door een Commissie van drie leden. Ze zijn daarna door den Senaat in handen van de gezamenlijke Professoren gesteld, en door deze op enkele punten, wat de redactie aangaat, gewijzigd, en met algemeene stemmen op twee na aangenomen. En daarop zijn ze door den Senaat als zoodanig overgenomen, en in dezen laatsten vorm gepubliceerd.

Het begin dat er boven staat, is de inleiding, waarmee ze als rapport bij den Senaat inkwamen, en die we volledigheidshalve staan laten.

Het geheel nu luidt aldus:

De inleiding waarmede deze stellingen bij den Senaat werden ingediend, was van dezen inhoud:

„De ondergeteekenden ontvingen in opdracht, een schema in gereedheid te brengen, dat als leiddraad zou kunnen dienen voor de bespreking van de beteekenis, die in artikel 2 van de Statuten der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag voor ons Hooger Onderwijs in het gemeen, en voor de afzonderlijke vakken in het bijzonder, zij toe te kennen aan de in dit artikel voorkomende uitdrukking: de Gereformeerde beginselen. Daar echter de

Sluiten