Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1896

124

op het altaar zal rooken, brandt dan elk uitbotsel van sectarische melaatschheid uit.

Ons samenwonen op kerkelijk gebied moet zijn als de heilige zalfolie, die, uitgegoten op het hoofd van Aaron, afdroop op baard en kleederzoom. Gij zijt die kleederzoom en op u moet van den Hoogepriester de zalving des Geestes nederdalen. „Redenen voor God" behooren tegen de redenen der wereld gesteld. De schorre stem der ingebeelde wijsheid sterft weg, de stem, die het hart roeren en de geesten overweldigen kan, kan niet opkomen dan uit het levende hart van eene in liefde bloeiende kerk.

Eindelijk riep de spreker de menigte op tot gebed, wijzende op de voorbidding Christi. Het verkrijgen van den zegen is niet in de hand der menschen gesteld, God kan in het beste Synodale samenzijn blazen. De dauw van Hermon moet nederdalen op de bergen van Sion. „O! Hermon Gods, dat op die kerken, waaraan voor ons besef Gods eere kleeft, uw heilige dauw dan zegenend nederdale. Besproei haar, Geest van God, met uw genade!"

Daarna noodigde Z.H.G. de menigte uit om Ps. 134 te zingen. Het was aan het zingen van dezen Psalm te merken, dat het bezielde woord in de harten was gevallen. Ten slofte ging de voorganger in een ootmoedig gebed de schare voor.

Wij gelooven niet mis te tasten wanneer wij mededeelen, dat de menigte gesticht en gesterkt, opgetogen in den goeden zin des woords, huiswaarts keerde.

Ook deed het in Dr. Kuypers rede weldadig aan, dat de redenaar objectief, ofschoon kennelijk uit volle overtuiging sprak, zoodat men verschoond bleef van uitvallen tegen broeders, die misschien niet in alles gelijk dachten met den spreker.

Dit klemt te meer, omdat de Synode ook zou te oordeelen hebben over een bezwaarschrift van den kerkeraad te Bedum (A) tegen het onderwijs van Dr. A. Kuyper, hoogleeraar aan de Vrije Universiteit, faculteit theologie. In het debat werd ook gerekend met de „Verklaring" van vier Professoren der Theologische School, dat zij het principieel eens waren met Dr. Kuyper.

De Synode besloot het bezwaarschrift uit hoofde van formeele gronden niet in behandeling te nemen, en sprak uit, dat zij niet alleen in het te hater kennis gekomene geen aanleiding vond om handelend op te treden, maar ook haar vertrouwen bleef betuigen in den betrokken hoogleeraar en in de hoogleeraren van de Vrije Universiteit en van de Theologische School te Kampen, die verklaard hadden principieel aan de zijde van Dr A. Kuyper te staan.

Voorts was deze Middelburgsche Synode van beteekenis wegens den nieuwen koers, dien men voor de Zending insloeg. Dr. Kuyper was

Sluiten