Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1898

136

Canonicus, en als Belijder van den Christus, aan de Ned. Hervormde kerk geen anderen eisch stelt dan dat zij voor het gezag der Heilige Schrift weer buige, en terugkeere tot de Belijdenis der vaderen, gelijk die met het bloed onzer martelaren bezegeld is.

6°. dat hij, en met hem alle Gereformeerden, zoodra dit zal geschied zijn, met dankbare vreugde weer met alle broederen, de aloude eenheid van de kerk onzer vaderen in dezen lande zal helpen herstellen;

en 7°. dat hij, zoolang dit uitblijft, zeer zeker in verzet komt tegen al wat in de Ned. Herv. Kerk den Christus verloochent en tegen God en Zijn Woord wederpartijdig is, maar op prijs stelt, waardeert en liefheeft, al wat in die kerk uit God geboren is en gelijkvormigheid vertoont met den beelde Zijns Zoons.

Na welke verklaring hij zich de vraag veroorlooft, of hierop niet ieder Christen met hem ja en amen zegt.

Amsterdam, 7 Juni 1897. Dr. A. KUYPER.

De stembus van 1897 gaf echter niet het hoogste resultaat, waarop onzerzijds gemikt was. Het niet-politieke deel van ons volk, was door het griezelige Roomsche spook bang gemaakt, en Dr. Bronsveld smaakte de zelfvoldoening, daardoor aan het Christus-verwerpend deel der natie den triomf te hebben bezorgd.

Niettemin had de uitslag iets verblijdends. Want de slotwensch in Dr. Kuyper's Deputatenrede, dat onze jeugdige Koningin bij hare troonsbestijging zich niet gedwongen mocht zien de inspiratiën van den schrijver van „God, eigendom en familie" te volgen, die wensch werd op de meest volkomen wijze bevredigd. Van Houten immers trad niet alleen af als minister, maar viel zelfs als Kamercandidaat.

141. Briefwisseling tusschen Dr. A. Kuyper en Charles Boissevain. (Overgedrukt uit het „Handelsblad"). Haarlem, H. D. Tjeenk Willink, 1898.

Omtrent het gebeurde aan de Nieuwe Kerk te Amsterdam op 6 Januari 1886 vormde zich terstond de legende van een overrompeling door Dr. Kuyper c. s. Het Classikaal Bestuur riep ze in het leven, en legde daarmee eenvoudig de geweldpleging, die het zelf begaan had, aan zijn tegenpartij ten laste. Zie mijn: De Strijd voor Kerkherstel, hfdst. IX, en Dr. F. L. Rutgers in zijn leven en werken geschetst, blz. 166.

Ds. Westhoff in zijn Kijkjes achter de schermen, Ds Hogerzeil in zijn De Kerkelijke Strijd te Amsterdam toegelicht en beoordeeld en Dr. Vos in zijn Het Keerpunt in de jongste geschiedenis van Kerk en Staat droegen er het hunne toe bij, om deze legende in de publieke opinie wortel te doen schieten.

En wel werd van de zijde der geschorsten de juiste toedracht der

Sluiten