Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1899

160

oogopslag bevreemden zal; in de verklaring namelijk, dat dit niet citeeren van teksten onzerzijds opzettelijk geschiedt

We achten namelijk dit op den klank af citeeren een misbruik, dat er in geen geringe mate toe heeft bijgedragen, om de autoriteit der Heilige Schrift te ondermijnen.

Dit gebruik toch voedt het valsche denkbeeld, alsof de Heilige Schrift een soort wetboek ware, welks artikelen men citeert. Dit gebruik sluit het oog voor den organischen samenhang der Heilige Schrift Dit gebruik bevestigt den indruk, alsof alleen die deelen der Schrift gezag hadden, die in klare bewoordingen zich uitspreken. Dit gebruik laat de contraire uitspraken der Heilige Schrift onverzoend. Dit gebruikt rukt de Schriftuur uit haar verband. Dit gebruik was oorzaak van het vervalschen van zoo menig Schriftwoord op den klank af. Dit gebruik ziet voorbij, dat de autoriteit van de Heilige Schrift alleen bevestigd wordt, door principieele en wel ineengevoegde afleiding uit de Heilige Schrift naar de analogie des geloofs. En eindelijk, dit gebruik voedt de oude Doopersche dwaling, alsof hetgeen logisch uit een Schriftwoord wordt afgeleid, minder waar zou zijn, dan dat woord zelf.

Wil daarentegen de geachte schrijver zich overtuigen, of wij de Heilige Schrift al dan niet citeeren, waar het er op aankomt, om een grondslag vast te leggen, en waar dit citeeren met uitlegging en in samenhang kan geschieden, hij heeft dan slechts de Encyclopaedie van Dr Kuyper op te slaan, Waarin hij elk der stellingen in Band aan 't Woord aangegeven, op gronden uit de Heilige Schrift zal betoogd vinden.

Daar kon het geschieden op een wijze, dat het geen schijn was; en daar is het dan ook geschied.

In de Middelburgsche toespraak daarentegen zou los citeeren be. neden de waardigheid der Heilige Schrift zijn geweest

We voegen er ten overvloede bij, dat ook 's heeren Lohman's citeeren van 1 Cor. 2 : 9—16 op onze practijk het zegel drukt.

Hetgeen hij daar toch, zonder eenige uitwerking, citeert, bevestigt geheel en al juist den grondslag der Vrije Universiteit, en gaat lijnrecht tegen zijn stelsel in.

Lees vers 14 en 15 maar!

Eindelijk in nr. 1166:

Bepalen we ons daarom tot het aanvullingsstelsel gelijk de heer Lohman het bepleit, dan gelden hiertegen de navolgende bezwaren.

Ten eerste: laat ik de Overheids-Universiteit voor wat ze is, en plaats ik daarbij of daarnaast een enkelen leerstoel, bezet door een man van Christelijke belijdenis, dan blijft de ongeloovige wetenschap de eigenlijke wetenschap, en treedt het Christelijk beginsel alleen critisch en als correctief op.

Dit nu is met den aard van het Christelijk geloof en de Openbaring Gods in onverzoenlijken strijd. De Openbaring Gods moet zijn en blijven de positieve grondslag, waarop gebouwd wordt, en ze mag niet verlaagd worden tot puur controle. De Christus is niet een cor-

Sluiten