Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

161

JAARTAL 1899

rectief op de waarheid. Hij sprak: Ik ben de waarheid. En al wie daaraan te kort doet, onthoudt hem de plaats der eere, die ook op het gebied der wetenschap hem toekomt

In de tweede plaats, en als gevolg van deze principieele fout, zal dit correctief slechts hier en daar, op een enkel punt en voor een enkel vak worden aangebracht Dit nu is met het begrip zelf van alle wetenschap in strijd. De vakken die een tak van wetenschap vormen, zijn geen losse twijgen, die men naar willekeur in elkaar voegt, maar deze vakken hangen onderling saam. Men kan dus niet het ééne vak uit het beginsel des ongeloofs, het andere uit het beginsel des geloofs behandelen. Elk beginsel heeft doordringende kracht. Het is er mede als met den bouwstijl. Elk gebouw, dien eerenaam waard, moet uit één zelfden stijl worden opgetrokken; en wie een gothisch raam wilde plaatsen in een gebouw van byzantijnschen stijl zou bij geen kenner anders dan afkeuring, zoo niet belaching, vinden. Het baat u dus niets, of ge aan een Rijksuniversiteit al een Belijder de kerkhistorie laat doceeren, zoolang de dogmatiek, de uitlegkunde der Schrift en zooveel meer door een ongeloovig man wordt onderwezen. Alzoo verbrokkelt ge de eenheid, brengt verwarring in aller opleiding aan, en zult nooit mannen vormen, die leven en denken uit het geloovig beginsel.

Ten derde legt elk onverplicht college het altoos af tegen de colleges, die in den geregelden cursus vallen. Men komt er te hooi en te gras. En slechts aan een zeer enkel man, van zeer bijzondere gaven, zou het gelukken op den duur een eenigszins beteekenenden kring van jonge mannen om zijn lessen te verzamelen. Hij zou niet mede-examineeren in zijn vak, en de studenten die zich door hem belezen lieten, zouden zoo toch dubbele studie moeten maken, en zich op hun examen óf tot dübbelspreken verleid, óf in hun belang bedreigd zien, bijaldien zij den concurrent van den officieelen man tegenover den officieelen dignitaris bijvielen.

Ten vierde, de studenten zouden ten eenenmale missen den Christelijken kring voor omgang en verkeer, waarvan de heer Lohman te Groningen zoo plechtiglijk beweerde, dat deze hun nog noodiger was dan het principieele onderwijs.

Ten vijfde, de mannen, die ge als extra-hoogleeraren zoudt willen aanstellen, zouden elke principieel-encyclopaedische vorming missen. Ze zouden op bepaalde punten tegen de heerschende wetenschap in verzet komen, maar van een overzien van het geheel zou geen sprake zijn. Nu weet men, waartoe dit zelfs op theologisch gebied geleid heeft Eén voor één wordt dan het eene bolwerk van het Christendom na het andere prijs gegeven, en tenslotte verklaren mannen als Kuenen en Oordt, dat zij zelfs met een vergrootglas het principieele verschil tusschen zich, en zulke Christusgetuigen, niet meer kunnen Inzien. Dezelfde moeilijkheid om hoogleeraren te vinden waarmede ook de Vrije Universiteit tobt, zou alzoo in verhoogde mate weer terugkeeren, oftewel men zou mannen moeten aanstellen, die door hun onderwijs elk waarachtig belijder van den Christus bitter teleurstelden.

Kuyper BtbL

Sluiten