Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

179

JAARTAL 1899

Apostolische geloofsbelijdenis tot die van Dordrecht, Westminster en Heidelberg, aannemen gelijk zij luiden. Hij zou hen, die van harte de leeringen dier belijdenissen aanvaarden willen vergaderen in eene zichtbare kerk; en verlangt dat zij die ze verwerpen gaan daar waar zij rechtens behooren, indien hunne twijfelingen hen in staat stellen hunne plaats te vinden! Op die wijze zal het denkbeeld van een kerk-ecclesia, bestaande uit hen die uit de wereld geroepen zijn, worden gerealiseerd; eene kerk saamgesteld uit hen die overeenstemmen met het heerlijke essentieele van de leer, die een welbehagen hebben in den vrede en groei van de moeder die hen voedde — niet in een doorsteken van het hart van haar van welke zij hun leven ontvingen."

Voorts betoogt Dr. Cooper dat de voorstanders van de moderne critiek steeds er op hebben gepocht dat zij het monopolie van geleerdheid en van talent hadden, doch dat Dr. Kuyper voor niemand van zijne landgenooten behoeft onder te doen in bekwaamheid en geleerdheid. Ook bezit hij wat de mannen van de hoogere critiek niet hebben: de gave van het gezond verstand, om dan aldus te besluiten:

Met zulk eene toerusting pleit hij voor de algeheele inspiratie der Schriften, voor het geloof dat eenmaal den heiligen overgeleverd is, voor het stelsel van gezonde woorden die in de geloofsbelijdenissen gevonden worden. Hij is er niet bang voor om Calvijn recht te doen wedervaren, zoodat hij het oordeel van Bancroft en andere bekwame historieschrijvers overneemt, die in den man van Genève een van de meest ver ziende politici zoowel als een van de meest diepe en practische theologen gezien hebben, dien de wereld ooit aanschouwd heeft.

Dr. Kuyper staat daar als een reformator die de kracht van zijn overtuiging bezit, en die niet kan worden weggeschoven door de pocherijen van de voorstanders der critiek sedert hij hun evenknie is op het terrein dat zij hebben uitgekozen, dien geen schrik aangejaagd wordt wanneer men de orthodoxie als iets versletens, dat door de rede op pensioen gesteld is, aanduidt.

Wij juichen de overkomst van Dr. Kuyper naar Amerika toe. Zijn lezingen over Calvijn te Princeton zijn eenig geweest door de kennis van de litteratuur over den grooten hervormer ten toon gespreid en de helderheid van de voorstelling van de hoofdpunten. Zij hebben in elk opzicht de reputatie van den auteur gehandhaafd, hetgeen zeer moeilijk was omdat zooveel van hem werd verwacht. Zijn Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid is juist in een elegant Engelsch gewaad gestoken, indien de schrijver geen ander recht had op onze aandacht, zou dit een voldoende introductie geweest zijn.

De schrijver eindigt met den wensch dat nu het eerste deel van de Encyclopaedie verschenen is, door de bekwame hand van den heer de Vries, weldra de beide andere deelen zullen volgen.

Wij zien hieruit dat niet alleen de Nederlanders in Amerika maar

Sluiten