Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

183

JAARTAL 1899

aangelegd, de huishouw in Zaanschen trant, uit enkel hout, begon. Het land werd in cultuur genomen. Een begin van stedekens en van dorpen werd zichtbaar. Nieuwe emigranten kwamen de eerst uitgetogenen versterken. De eerste kerk van het stedeke Holland verrees. En zoo volgde op de eerste „Drang- und Sturmperiode", een tijdperk van snelle, voorspoedige ontwikkeling.

Juist door de harde werkelijkheid en den nameloozen tegenspoed, waarmee ze eerst te worstelen hadden gehad, waren deze echte zonen van het aloude geuzengeslacht gestaald.

In een bundel van hedendaagsch Nederlandsch proza zou een bladzijde als deze een waardige plaats beslaan.

Het derde hoofdstuk van Varia Americana, getiteld: „Uit het Kerkelijk leven", toont aan, hoe ook op kerkelijk gebied in Amerika lichten schaduwzijde zich dooreen mengt. Maar onder alles blijft de indruk overheerschend, dat uw leven in uw vaderland waarlijk niet de éénige bestaanswijs is, maar dat het rijke leven van Christus' Kerk ook in heel andere verschijning kan optreden, ongetwijfeld met veel dat u ergert, maar ook even stellig met veel dat u boeit.

Straks volgt dan deze merkwaardige slotbeschouwing:

Voor zoover dit een vreemdeling gegund is, heeft schrijver dezes zijn indrukken van het Amerikaansche kerkelijk leven, zeer beknoptelijk, in de voorafgaande artikelen dezer reeks weergegeven.

Het krachtige en schoone, maar ook het barocque en bedenkelijke van deze kerkelijke levensuiting werd in het licht gesteld.

Toch zou dit alleen den titel dezer reeks niet gerechtvaardigd hebben, en die titel toont dan ook dat deze reeks op een verder gelegen wit mikte, dat we dan ook in dit slotartikel hopen te treffen.

Wie altoos thuis zit, en zich schier uitsluitend in één enkelen, engeren kring beweegt, went er op kerkelijk gebied zoo licht aan, zich dien bepaalden vorm, waarin het leven van zijn eigen kerk optrad, als den eenig goeden, bruikbaren, soms zelfs eenig denkbaren, voor te stellen.

De absolute idee, die alleen aan de objectieve Waarheid toekomt, glijdt dan over op den vorm onzer belijdenis van de Waarheid, en nogmaals van den vorm onzer belijdenis naar den vorm van ons uitwendig kerkelijk leven en van onzen eeredienst.

Daarom is het overgeplaatst worden in een geheel andere wereld, zoo heilzaam en leerrijk.

Ge vindt dan dezelfde kerk van Christus terug, maar missende o, zooveel, van wat gij als onafscheidelijk van haar wezen hadt begroet, en daarentegen behept met o, zooveel andere dingen, die op zichzelf u onvereenigbaar schenen met haar wezen.

Uw eerste neiging is dan ook, al dat vreemde te veroordeelen.

Maar dat wordt gestuit, zoodra uw consciëntie geraakt wordt, d. i. zoodra ge krachten en neigingen ziet werken, stemmingen en gezindheden ontmoet, en vruchten en uitkomsten voor u ziet, die, zij het ook op altoos gebrekkig menschelijke wijze, toch onmiskenbaar het

Sluiten