Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1899

194

in de aarde wierp"; en die daarna „sliep en opstond dag en nacht, onderwijl het zaad uitsproot en lang werd, dat hij zelf niet wist"

Ook hier toch is datzelfde diepgaande onderscheid zoo scherp en duidelijk aangewezen. Het begin is er doordien die mensch „het zaad in de aarde werpt"; en het verder verloop volgt dan vanzelf, zonder dat die mensch er van weet

Wat nu waar is van heel de wereld, en waar is in heel de natuur, is waar ook in ons menschelijk leven.

Tegen veel ziet men op, maar de ervaring leert tevens, dat het wel gaat, als men maar eerst aan den gang is.

De eerste stap, zegt het spreekwoord, kost, maar de verdere stappen volgen vanzelf na.

Wie een stuk heeft te stellen, of een gewichtigen brief moet schrijven, voelt het onmiddellijk, hoe moeilijk het is, om een begin te maken, maar ook, hoe veel beter het vlot, als men over dat begin maar heen is.

Wie niet aan spreken gewend is, en in het publiek moet optreden, voelt vooraf, als hij beginnen moet, zijn hart kloppen, maar is hij eenmaal aan den gang, dan komt hij wel op zijn dreef, en wijkt dat gevoel van beklemdheid.

Als tien te zaam iets doen moeten, is het altoos de vraag, wie beginnen zal, wie het eerst de hand er aan zal slaan, en als die ééne maar begonnen is, is het volgen en nakomen voor de anderen zooveel gemakkelijker.

Zoo gevoelen en merken we dan telkens zeiven in ons leven, hoeveel meer er in het begin van een zaak inzit, dan in haar verder verloop.

Het begin is zooveel gewichtiger, vereischt zooveel hooger inspanning, vraagt zooveel meer van ons. En waarom anders is dit zoo, dan omdat in dat ééne begin eigenlijk de drijfkracht voor heel het verder verloop inzit.

Wie een huis zal bouwen heeft eerst het fundament te leggen, en voelt zeer wel dat in de regelmaat en de vastigheid van dat fundament de waarborg ligt voor heel den verderen bouw.

En zoo nu is alle begin het leggen van een fundament, waarop nu verder zal worden voortgebouwd; en juist daarom is alle begin zoo moeilijk.

Wie godvruchtig is beseft daarom zoo diep, hoeveel er aan hangt, of hij dat begin met zijn God of zonder God maakt En vandaar het plechtig wijdingswoord, dat in de ziel of op de lippen van Gods kind, bij het stellen van eiken aanvang ligt: „Ons begin zij in den Naam des Heeren, die den hemel en de aarde geschapen heeft"

God heeft het begin van alle begin gesteld, toen Hij in den beginne den hemel en de aarde schiep. En zoo zoekt dan de vrome voor alle begin, dat hij te maken heeft, zijn kracht en sterkte in Hem, die aller beginselen oorsprong werd, juist doordien Hij den hemel en de aarde gemaakt heeft.

Dit slaat dus niet alleen daarop, dat bij God alle macht is, maar

Sluiten