Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

199

JAARTAL 1899

gische verschijnselen, en zoo ook tusschen de organische en anorganische natuur, doken verrassende overeenkomsten op. De cellenleer steunde veelszins de generale opvatting. En overgebracht op psychologisch, ethisch, sociologisch, politiek en religieus gebied, waande men er in te slagen, ook hier de algemeene conceptie door te voeren. In Spencer stond een psychologische Darwin op.

En toch, hoe gereedelijk zich hieruit ook de snelle opgang van de Evolutie liet verklaren, tegenover ernstige critiek bleek ze al spoedig niet bestand. Ze opereerde met variabiliteit en herediteit, maar kon juist deswege geen gewonnen spel hebben, eer ze dan ook deze beide motieven mechanisch verklaard had. En dit juist bleek haar Achiues-hiel. Dr Wolff riep reeds uit: Es bricht sich zweifellos die Erkenntnisz bahn dasz es mit dem Darwinismus eine Tauschung gewesen ist. De viriabiliteit kwam nog slechts zijdelings in het geding, maar de overerving had men gepoogd mechanisch te verklaren, doch al tevergeefs. Darwins theorie van de Pangenesis was algemeen verworpen. Haeckels theorie van de Perigenesis had geen beter lot. En wel kwamen in de Idto-plasma en Keimplasma-theorieën van Nageli en Weissman betere elementen aan het licht, maar beide namen dan ook een organisch en teleologisch principe op, waardoor het stelsel als zoodanig valt. Kassowitz speelt met de Vererbungssubstanz, en Reink, de bekende Botanicus van Kiehl, brak openlijk met het Darwinisme, en keerde in zijn Die Welt als That feitelijk tot het Mozaïsch uitgangspunt terug. Evenmin bleek de theorie in staat het symmetrische van de hoogere organische structuur te verklaren, of het nut als leidend motief waar te maken bij het eerste opkomen van nieuwe organen. De fossiele wereld stelde teleur. Van het heirleger der onderstelde overgangsvormen werd zoogoed als niets gevonden. De kunstteelt bleef binnen het soort en het overdragen van de kunstteelt op de natural selection was alzoo logisch een metabasis eis allo genos. Al spoedig zag Darwin zich deswege genoodzaakt in correlation, in isolation enz. nieuwe uitwegen te zoeken. En de Urzeugung, waarmee" het stelsel staat of valt, bracht het niet verder dan tot het produceeren uit cyaan- en ammoniakverbindingen van „organische Harnstoff". Al erkende spreker dus, dat dank zij de studie-energie van deze school thans de raderen en de veeren in de kast van het uurwerk bespied werden, waar men vroeger alleen op de wijzerplaat tuurde, hij hield staande, dat het stelsel in wetenschappelijken zin ook maar van verre bewezen is, en dat men waar het zich nochtans als de wetenschap aandient, niet anders kan spreken dan van een Evolutie-dogma.

Hierna ging spreker over tot eene critiek op het stelsel van aesthetisch, ethisch en religieus standpunt. Is sinds Kant ingezien, dat het eigenlijke karakter van het schoon juist daarin ligt, dat het ohne Nützen gefüllt, de Evolutie-theorie moet wel het schoon exclusief van het nut afhankelijk maken. En wel verschuilt ze zich daarbij, voor het niet-sexueele leven achter het subjectivisme, maar ook dit baat haar niet, want een monistisch stelsel is eerst dan gereed, zoo het ook dat subjectieve verschijnsel mechanisch verklaard heeft. De

Sluiten