Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1899

212

voorstellen, dat uwe Excellentie tot zoodanige mededeelingen omtrent geheim-gevoerde onderhandelingen zou zijn overgegaan, zonder daartoe door het Departement van Buitenlandsche Zaken geautoriseerd te zijn.

Deze onverwachte verrijking van nrijn dossier moedigt mij zelfs aan (en na uw gebleken openhartigheid kan Uwe Excellentie dit niet onbescheiden keuren) om de vraag te stellen, of uwe Excellentie, ter ontsteking van nóg helderder licht, misschien evenzoo in de AL Rott. Cour. zoudt kunnen mededeelen, of de door uwe Exc te St. Petersburg gevoerde onderhandelingen óók strekten om de hulp van Rusland ter breking van het verzet waarop men stuitte, in te roepen. Al verder, of die steun verleend dan wel geweigerd is. En eindelijk, of het verzet volgde als weigering op een door ons bij Engeland gedane aanvrage, of wel dat Engeland zelf het initiatief tot dit verzet nam, toen het van de zaak hoorde.

Ik durf uwe Excellentie verzekeren, dat wie hier te lande in het publieke leven mééleeft, uwe Excellentie dankbaar zou zijn, zoo ook deze drie tippen van den sluier van uit Petersburg werden opgelicht

De tweede reden, die mij tot dank voor uwe Excellentie's schrijven beweegt is van eenigszins anderen aard.

Ook aan uwe Excellentie kan niet onbekend zijn, hoe, hier te lande, en óók in de Staten-Generaal hand over hand het gevoelen veld wint, dat inkrimping van ons dorps Diplomaten en uitbreiding van het beroeps Consulaatschap de leuze der toekomst moet zijn.

Wat velen dusver nog aarzelen deed, om ten deze een keuze te doen, is alleen onze onbekendheid met onze gezanten. Wij hooren zoo bijna nooit iets van wat ze doen. Juist daarom is elke bijdrage die ons tot nadere kennismaking met ons corps Diplomaten in staat stelt, ons goud waard.

Zulk een bijdrage nu levert uwer Excellentie's schrijven ontegenzeggelijk, zoo door inhoud als vorm, en ik haast mij erbij te voegen, dat deze nadere kennismaking mij op beschamende wijze overtuigde van de verkeerdheid der voorstelling, die ik mij dusver van een Nederlandsch gezant gevormd had.

Laat mij met de verwijzing naar vier punten mogen volstaan.

Ten eerste. Dusver had ik mij zulk een Diplomaat steeds voorgesteld, als het toonbeeld van voorzichtigheid, en als gewapend met volkomen zelfbeheersching om kleine gevoeligheden nimmer te laten

merken. ,

Verraadt Uwer Excellentie's schrijven van deze onderstelde Dipiomaten-qualiteit niet op zeer sprekende wijze het tegendeel ?

Ten tweede. Evenzoo had ik mij vooral den bejaarden Nederlandschen Diplomaat voorgesteld, als iemand, die misschien in den loop der jaren zijn studies van het Romeinsche Recht had laten varen, maar te beter doorkneed was in den geest, van onze Constitutioneele Staatsinstellingen. In Uwe Excellentie's schrijven daarentegen bespeur ik een bijna caprieuse liefde voor de Llbertas, Civitas en

Sluiten