Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1901

234

eigen hart maken, en van voorwerpen omzetten in proefondervindelijke bevinding en genieting. Beide zitten in het ééne geloof in.

Het geloof is niet alleen een voor zeker aannemen van al wat God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft, maar het is ook, en te geüjk, een vast, een zeker, en een onwankelbaar vertrouwen, dat dat alles ook ons aangaat en ons ten goede komt.

Het Woord geeft ons de voorwerpelijke beschrijving, die de zaak aan ons bewustzijn ontdekt, maar de zaak zelve is en blijft de mystiek van ons hart.

De Heilige Schrift kan u niet wederbaren; dat kan alleen God door den Heiligen Geest in uw hart. Maar uit uw hart zoudt ge nooit verstaan, wat de daad Gods is, en eerst uit de Schrift kunt ge de wedergeboorte als daad Gods leeren kennen.

De wedergeboorte zelve is nooit door het Woord; doch alleen door het Woord weet ge wat wedergeboorte is en wordt ze in u voor uw bewustzijn uitgewerkt 1 Petr. 1 : 23 leert het niet anders.

En zoo is het met alles.

Dat er een Christus is, wie Hij was en is, wat Hij deed en leed, en hoe Hij nu in den hemel leeft om voor ons te bidden, leert u het Woord en het Woord alleen. Maar uw persoonlijke aansluiting aan dien Christus en van dien Christus aan u, werkt niet het Woord, maar de mystiek in het hart. Het is wat Calvijn noemde de Unio mystica, d. i. de mystieke vereeniging met en inlijving in Christus.

Zoo ook zegt u de Schrift, welke de liefde Gods voor u is, en welke uw liefde voor uw God moet zijn; maar het vuur dier liefde brandt in de mystiek van uw hart.

Dat ge bidden moet, en hoe ge bidden moet, leert u de Schrift; maar het zalige gebed zelf is een mystieke handeling tusschen u en uw God.

Wie dit nu wegcijfert houdt een prachtige haard over, maar zonder vuur; een keurig recept maar zonder het geneesmiddel; geteekend of geschilderd brood, maar geen brood dat zijn honger kan stillen.

De beredeneering der zaak kan ook een ongeloovige u geven, maar de beredeneerde zaak zelve is het getuigenis van het hart

Dit wordt nog nader besproken in verband met meditatie en contemplatie:

Het stelsel van meditatie en contemplatie, als stelsel, bedoelt, dat we ons denken op zij zullen zetten; dat we alle indrukken van buiten het zwijgen zullen opleggen; dat we in stilte en roerloos gepeins verzinken zullen; en dat we, alzoo losgemaakt van onze eigen gedachten, van onze bemoeiingen en van de wereld om ons heen, wachten zullen op aandoeningen, gewaarwordingen, opwellingen, om alzoo, buiten het leven om, gemeenschap met het Eeuwige Wezen te zoeken.

Dit nu onderstelt dat we hiervoor een afzonderlijk hooger gevoelsof gewaarwordingsorgaan bezitten, en dat het door dit hooger ge-

Sluiten