Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1901

242

kostelijke organisatie mocht laten verslappen. Wat hem in 1873, toen men voor het eerst in Comité optrad, als ideaal voor oogen zweefde: een calvinistisch politiek leven in autonome plaatselijke actie tierend, het was thans feitelijk bereikt. Het eenige wat nog ontbrak, was een doeltreffende regeling om de krijgskas steeds gevuld te houden, want ook bij deze worsteling bleef geld één der zenuwen van den oorlog. Maar spreker wanhoopte er niet aan, of ook dit bezwaar zou men door volharding te boven komen.

Sprekers laatste waarschuwing was: er is aan alle politiek een vuile kant die afgeeft. Vooral voor de jongeren, die de dagen der benauwdheid niet mee doorgeworsteld hadden, verkreeg de politieke bemoeiing dan zoo licht een minder ernstig karakter, zoodat slimheid en vaardigheid boven heiligen aandrang van het hart gold. „Gewoon politiek knutselen als de wereldling, en dan God er bij noemen, om de kans van welslagen te verhoogen, is de eere uwer positie wegwerpen. Gij zult den naam des Heeren uws Gods ook in de politiek niet ijdellijk gebruiken. Ge moet niet maar van God er bij spreken, maar óm God, óm Zijn Majesteit, óm Zijn Recht, en óm Zijn heilige Ordinantiën moet het u bij al uw uitgangen op het veld der staatkunde wel waarlijk te doen zijn."

De rede van Dr. Kuyper ter Deputaten-vergadering gehouden ontboeide de politieke tongen. De Nieuwe Rotterdammer, de Arnhemsche en de Middelburgsche Courant weeklaagden erover. In het Groene Weekblad schoot Mr. Levy zijn hagelkorrels af tegen Dr. Kuypers bewering op een der eerste bladzijden van zijn rede, dat bij de nu komende stembus de strijd niet tegen, maar langs het zittend Kabinet moest gaan. En in deze Kroniek der Stemmen voor Waarheid en Vrede eindigde Dr. Bronsveld zijn bespreking van het openingswoord met den wensch, dat Dr. Kuyper niet de ziel mocht worden van een Kabinet, door de aanstaande verkiezing in 't aanzijn geroepen.

Toch werd dit inderdaad het geval.

Dank zij de samenwerking der rechtsche partijen, waarbij zich ook Dr. J. Th. de Visser aansloot, gaf dë uitslag der verkiezingen het door Dr. Kuyper in zijn rede reeds verwachte antwoord, dat de meerderheid was aan het Christelijk Volksdeel. Toen deze uitslag bekend was, begaf zich een groote schare naar zijn woonhuis op de Keizersgracht. Een deputatie ging binnen om hem geluk te wenschen. Op verzoek buiten gekomen, sprak Dr. Kuyper de menigte propagandisten, die hem een spontane ovatie brachten, in korte woorden toe, bovenal dank brengende aan den God der Vaderen, die na een eeuw van heerschappij der Revolutie, toch het volk van Nederland nog niet verliet. Daarop werd het „Wilhelmus" en het „Zij zullen het niet hebben" gezongen.

In deze toespraak had hij ook gezegd, dat de behaalde triomf een

Sluiten