Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

247

JAARTAL 1902

hetzij voor de liefde van zijn hart, hetzij als jonge moeder, voor zoover dit op aarde mogelijk is, zijn ideaal verwezenlijkt ziet. Een kwaad dat dan eerst zal gestuit worden, als we de Engelen niet langer uit de poëtische voorstelling der kunst, maar uit de Heilige Schrift nemen.

Dat de geestelijke bemoeiing met de Engelen der Schrift onder ons zoo sterk afnam, wijt de schrijver aan onze tegenstelling vooral met de Roomsche practijk en ten deele ook met de Roomsche kerkleer. De beslistheid, waarmee men zich tegen de Engelenvereering in Rome's kerk keerde, heeft er ongemerkt toe geleid om te sterk de aandacht té vestigen op de tegenstelling, en daardoor de positieve belijdenis van de Engelen en van hun dienst te veel op den achtergrond gedrongen.

Naar aanleiding van dit opstel plaatste de heer Hh. Bensdorp, R.Cath. Priester en van de orde der Redemptoristen te Amsterdam, in de Katholiek, dl. CVI, p. 211—233 een dubbel schrijven aan Dr. Kuyper over de leer der engelen.

In de zaak-Geelkerken trok ook deze zinsnede uit hoofdstuk 27 de aandacht: „En blijve ook al de vraag onbeslist, of Satan metterdaad in een slang sloop en uit die slang sprak, dan wel of het woord slang hier slechts een naam is voor Satan zelf, vaststaat voor ieder onbevooroordeeld lezer, en in het Nieuwe Testament wordt ons dit ten overvloede bevestigd, dat metterdaad de eerste openbaring van Satan reeds voorkwam in het Paradijs." Vergelijk hiermee echter Gemeene Gratie, I, blz. 189.

Over de anti-christelijke strekking, die sedert 1789 in de Fransche Revolutie uitkomt, vinden we in hoofdstuk 32 het volgende gezegd, in verband met de Schriftleer, dat de stoutste en gruwzaamste openbaring van Satan nog toeft:

In verband hiermede nu wezen wij in ons vorig opstel op de Fransche Revolutie,

Niet, dit behoeft wel nauwelijks er bijgezegd, om het pleit op te nemen voor het velerlei misbruik dat vóór 1789 bestond, en in en na 1789 is weggeruimd Misbruik vergoelijkt de kerk van Christus nooit. Ook in de ontzettendste gebeurtenissen ziet ze de hand des Heeren, en zoo aarzelt ze dan ook niet te erkennen, dat in de Revolutie van 1789 tegelijk een rechtvaardig oordeel Gods is uitgegaan over veel zonde en ongerechtigheid, die toentertijd in Staat en Maatschappij het hoogste woord voerden. Maar geheel afgescheiden van dat wegnemen van misbruiken, en van dit oordeel Gods over veel destijds bestaande ongerechtigheid, is in deze Fransche Revolutie nog iets heel anders gebeurd. Dit namelijk, dat een geheel andere levensen wereldbeschouwing, die tot dusver nog slechts in de boeken van enkele geleerden was aangeprezen, zich in de werkelijkheid zelve tegenover de Christelijke levens- en wereldbeschouwing geplaatst heeft, haar den oorlog heeft verklaard, en van toen af begonnen is den eisch te stellen, dat het huiselijk, persoonlijk, maatschappelijk

Sluiten