Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1903

278

ontving ze van deze nieuwe meesters toen verlof, dat de treinen weer loopen mochten.

Het valt alzoo niet te verhelen, dat de coup (fétat zonder voorbehoud geslaagd is, en dat bij elk conflict dat weer komen mocht, aanstonds hetzelfde middel kan en zal worden aangewend, om telkens opnieuw tot onvoorwaardelijke gehoorzaamheid te dwingen.

Straks zal dit nog verder gaan.

Men zal duidelijk maken, dat een patroon in confHet, met geen firma buitenaf zich meer per post, per telefoon of per telegraaf in verbinding mag stellen. Een bediende bij post, telefoon of telegraaf, die in weerwil hiervan den patroon toch bedient, zal geacht worden onderkruiper te zijn. Hij moet weigeren. En krijgt hij op zijn dienstweigering ontslag, dan zal heel het personeel, uit solidariteitsgevoel, den dienst bij post, telefoon offtèlegraaf moeten neerleggen. Eerst enkel op het betrokken kantoor. En daarna voor heel het Rijk.

Natuurlijk is zulk een toestand onhoudbaar, en ook het Rijk zal aldus aan de bevelen van de leiders der werklieden onderworpen worden.

Zoo zal hun bevel zich over steeds breeder gebied uitbreiden. Heel het publieke leven in het land zal aan hun macht onderworpen zijn. En bij elk conflict zullen deze leiders kortweg zeggen, wat de patroon heeft in te willigen, en de patroon zal zonder verzet te gehoorzamen hebben.

Of dit zoo kan, of het een te dulden toestand is, laten we voorshands in het midden.

Voor het oogenblik constateeren we alleen tot wat nieuwe orde van zaken we zijn overgegaan.

Het gezag is verplaatst.

Geen directeur van een particuliere maatschappij, geen patroon op zijn kantoor, geen burgemeester op het stadhuis, geen Minister op zijn Departement zal de bevelen meer geven.

De macht en de bevoegdheid om te bevelen, en wel om bevelen te geven, die boven alle andere orders gehoorzaamd moeten worden, is overgegaan in de handen van de heeren Oudegeest c. s.

Was het dan te veel gezegd, toen we spraken van een Coup détat?

De Regeering achtte het intusschen noodzakelijk maatregelen te treffen, om een herhaling der gebeurtenissen, die einde Januari hadden plaats gegrepen, te voorkomen. Vandaar toen de oproeping van een deel der militie onder de wapenen, en de indiening van drie wetsontwerpen, door de socialisten als „dwangwetten" gequalificeerd.

Bij de aanbieding dezer ontwerpen legde de minister-President in de Tweede Kamer een verklaring af, waaruit bleek, dat de staking geheel onverhoeds de Regeering had overvallen en dat zij, gansch onvoorbereid, deswege opzettelijk niet dadelijk had ingegrepen. De staking noemde Kuyper „misdadig" en hij deed ter verkrijging van de medewerking der Kamer voor de Regeeringsvoorstellen een ernstig beroep op den steun van alle partijen in de Staten-Generaal, „die de

Sluiten