Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1903

284

verhandeld is geworden over de vraag, wie in dezen de verantwoordelijkheid draagt; en wanneer men dan weet, dat, waarlijk niet alleen in Regeeringskringen, maar in breede kringen van ons volk, en zelfs in kringen, die zeer na aan dien geachten afgevaardigde staan, het feit telkens gereleveerd wordt, dat hij vóór allen, door de leiding, die hij heeft gegeven, in de eerste plaats de oorzaak is geworden van de vele ellende, die op het oogenblik geleden wordt; wanneer dit alles in aanmerking wordt genomen, Mijnheer de Voorzitter, dan zal toch niemand zich verwonderen over mijn verbazing, toen gisteren die geachte afgevaardigde hier optrad om, als ware hij zelf blankwit, de verantwoordelijkheid op de Regeering te werpen.

Dien spreker hoorende, heb ik toen mijzelf afgevraagd: hoe is psychologisch die houding te verklaren ? Zou ik daarbij aan een goed en nobel, of aan een slecht motief moeten denken? Het is u bekend, Mijnheer de Voorzitter, dat ik mij toen heb veroorloofd, aan een nobel motief te denken. Intusschen erken ik gaarne, dat het Parlement de plaats niet is om aan zulke psychologische beschouwingen uitdrukking te geven en ik neem dan ook gaarne het gisteren als psychologische moment gesprokene hiermede terug.

Over het debat — een der hoogtepunten van Kuypers parlementaire werkzaamheid — leze men ook: Troelstra, Gedenkschriften, II Groei, blz. 288—289. Zie voorts: Actestukken der Samenzweering, Gedenkboek der werkstakingen van 1903, 2e dr., Wageningen, Drukkerij „Vada", 1903. Februaristormen en Maartsche buien, door P. Brouwer, bij dezelfde uitgeefster, 1903. J. A. A. H. de Beaufort, Vijftig jaren uit onze geschiedenis, dl. II, hoofdst. XXXIV. Schrift en Historie, Gedenkboek der Antirevolutionaire Partij, 1928, blz. 453—456.

Curiositeitshalve verwijzen we ook naar het pamflet: In Abrahams Schoot. Koalitie-gedichten uit het Politieke Kanaan door L. M. Hermans. Met 110 afbeeldingen van Alb. Hahn. Amsterdam. D. Buys Dz. Bijvoegsel: Brief van Abraham (den geweldige) over de theorie der dwangwetten, blz. 114—116.

Onvermeld mag hier ook niet blijven, dat het Zondagsblad van Het Volk op 8 Maart een hoofdartikel bevatte: „In den naam van Christus", ter toelichting bij een groote dubbele plaat van Hahn, waar boven stond: Dr. Kuypers zorg voor de kleine luyden. Hier bespringt Kuyper den zwakken arbeider, werpt hem ter aarde, legt hem aan kluisters en tracht hem den strik om den hals te winden. Per advertentie werd ieder sociaal democraat gewezen op den plicht om te zorgen, dat deze plaat in handen van alle Nederlanders kwam. En het plaatselijk comité van Verweer te Amsterdam riep iedereen op, om deze plaat te verspreiden. Wel een bewijs, dat deze comité-leden niet het flauwste begrip hadden van de zedelijke verantwoordelijkheid van volksleiders. De politie achtte zich dan ook verplicht de tentoonstelling en colportage van deze plaat te vervolgen. Zie: Na tien jaar.

Sluiten