Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1906

302

weer 't geloof aan beter dageraad in het mat-geworden volkshart inzong.

Bilderdijk's zesde aanspraak op nationale beteekenis ligt in zijn taalvirtuositeit. Alle bevoegde Linguisten erkennen in dit opzicht zijn verdiensten volmondig. Zelfs Siegenbeek bracht er hulde aan. In Bilderdijk's dagen dreigde ook onze taal in haar innerlijke levenskracht in te boeten en een mechanisch ineengelegd mozaïek te worden. En al heeft ook op dit terrein zijn phantasie hem parten gespeeld, toch is 't Bilderdijk geweest, die destijds aan onze taal nieuw leven inblies, ze verrijkte en er mee tooverde, en die ze ter goeder ure van onder Siegenbeek's schaal heeft gered.

Voor onze landhistorie is in de zevende plaats zijn optreden van beslist nationale beteekenis, gelijk zelfs Robert Fruin erkend heeft. Wagenaar begroef onze landhistorie in de Regentensarcophaag, en daar trok Bilderdijk ze uit, om weer 't leven zelf van ons volk in zijn historie te doen ruischen. Daarbij ging hij achter de reformatie tot in de middeleeuwen terug, zocht den oorsprong der reformatie in de aloude kerk, en kwam op voor onze eenheid met onze stamverwanten in België. Voor hem speelde zich in de historie het groote drama der Godsregeering af, met het Kruis als middenpunt Verticaal, door die geschiedenis heen, drong zijn blik tot in het bestel Gods door. Maar juist daarom voelde hij zich dan ook één met al zijn landgenooten, van wat herkomst of religie, van wat stand of positie ook.

Even beslist is zijn nationale beteekenis in zooverre hij de vaderlandsliefde weer heeft aangewakkerd. Vreemde invloeden gaven in zijn dagen den toon aan. Men wilde naar den natuurstaat terug en sprak daarom van Bataven, en verloor zich in cosmopolitische liefhebberij. En daartegenover stelde Bilderdijk het van Godswege gebonden zijn van een ieder aan zijn volk en zijn vaderlandsche erve. Niet jingoistisch, niet in valsch patriotisme. Ten slotte moest zelfs het vaderland voor de rechten der menschheid wijken. Maar Nederland vooral had een hooge roeping ontvangen, en het besef hiervan ontlokte hem de profetie, dat Holland weer groeien en weer bloeien zou, en deed hem bij zijn terugkeer uit zijn ballingschap zelf den Hollandschen grond omarmen.

In gelijken zin verwierf hij nationale beteekenis door in de negende plaats, op te komen voor den historisch gevlochten band, die Nederland aan het Stamhuis van Oranje bond.

Het was schrikkelijk zooals men in Bilderdijk's dagen met Oranje dorst huishouden. Geen Oranjekokarde mocht meer op de borst gespeld. Oranje was uit zijn ambt ontzet. Oranje moest vluchten naar Engeland. En toen is het vooral Bilderdijk geweest, die in zijn bundel „Oranjezucht" zijn volk tot de liefde voor Oranje opriep, zelfs onzen koning Lodewijk, die liefde voorhield, en zijn volk bezwoer tot de liefde van Oranje terug te keeren, en bij die liefde te volharden. En is nu in nationaal berouw, door verhoogde warmte dier liefde, die zonde van het eind der 18e eeuw geboet, dan is 't vooral Bilderdijk, die, hiertoe aanzette, en met wien we nog voor onze Koningin bidden:

Sluiten