Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1907

332

177. De nachtrust in het bakkersbedrijf tegenover de ordinantiën Gods. Rede op het Congres voor afschaffing van den nachtarbeid in het bakkersbedrijf op 26 September 1907. Officieel Verslag, blz. 89—94.

Tot drie malen toe was de poging gedaan om te komen tot een arbeidswet tegen den nachtarbeid in het bakkersbedrijf, in 1897 door minister Pijttersen, in 1898 door Minister Lely en in 1904 door Minister Kuyper (zie art. 266 Ontwerp-Arbeidswet, Sociale Hervormingen, III; blz. 415). Maar telkens mislukten de pogingen.

In 1907 echter werd een Congres gehouden voor deze zaak, en tot de Eereleden behoorde nu ook Dr. Kuyper, Oud-Minister van Binnenlandsche Zaken. Het Congres genoot ook de hooge eer Z.Exc. in zijn midden te mogen zien, en te hooren spreken over: De nachtrust in het bakkersbedrijf tegenover de ordinantiën Gods.

Dr. Kuyper sprak:

Men zou kunnen zeggen, tegenover „hooger ordeningen". Maar waarom zulke af getrokkenheden ? Als er hooger ordeningen zijn, dan moet er toch Eén wezen, die ze ons geeft. En bovendien, de uitdrukking beantwoordt ook aan de officieele termen. In de Troonrede wenscht de Koningin Gods zegen den Staten-Generaal op hun arbeid toe; en als er een antwoord verschijnt, dan wordt in dat antwoord de Naam Gods genoemd. Spreker gaat dus niet buiten de perken, als hij zijn onderwerp stelt, zooals hij deed; er schuilt geen korrelken clericale zuurdeesem in.

't Is goed de zaak uit het oogpunt van de ordinantiën Gods te bezien, wijl hier strijd is van belang, tusschen consument, patroon en gezel. Ieder .tracht zijn gepretendeerd recht zoover mogelijk te verwezenlijken, en zoo ontstaat de verwarring.

Bestaat er een ordinantie voor de nachtrust, zoowel als voor den zevenden dag, den rustdag, die al 2500 jaar bestaat, en uit Azië, over Israël, ook in Europa tot ons gekomen is?

Een zoodanige ordinantie bestaat er niet. Een beroep op den tekst: Werk zoolang het dag is, enz. geldt niet, want die uitspraak slaat op den nacht van den dood.

Een andere uitspraak haalt men er ook averechts bij, die van Hosea: Hun bakker slaapt den ganschen nacht Want hier wordt de bakker gebezigd bij wijze van beeld van den boozen geest die onder het volk van Jeruzalem werkte. Geconstateerd kan echter worden, dat de bakkers in Jeruzalem zoo gelukkig waren te bezitten, wat wij wenschen, volstrekte nachtrust

Wanneer de bijzondere openbaring ons'in den steek laat, dan moeten wij ons wenden tot de algemeene, die in de natuur en het menschelijk leven tot ons komt Uit het eerste blijkt, dat er een rythmische periode is ïn de natuur om ons heen; er is ook een rythmische periode in ons leven en voorts overeenstemming van die beide rythmische perioden.

Sluiten