Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1908

338

der vrijzinnigen en de stichter der anti-revolutionaire partij, nemen alzoo in de staatkundige geschiedenis, in de historie van Volk en Overheid der 19de eeuw, eene eereplaats in, die niemand aan één van beiden betwist. Hun geschriften, niet het minst hun parlementaire redevoeringen, zijn ook nu nog en zullen dat ook wel blijven, een vraagbaak voor allen, die krachtens hun levenspositie studie hebben te maken van de beginselen, welke aan den staatkundigen strijd van dezen tijd ten grondslag liggen.

In dezen strijd nam en neemt nóg Dr. Kuyper eene eerste plaats in. Heeft Groen van Prinsterer de fundamenten gelegd, Dr. Kuyper heeft het gebouw opgetrokken. Heeft de eerste beginselen voor eene staatkundige richting aangegeven; de ander heeft die beginselen breeder uitgewerkt en gepopulariseerd, de anti-revolutionaire partij georganiseerd en tot overwegende beteekenis gebracht voor ons volks-leven.

Aan den avond van zijn leven de vruchten van zijn arbeid op parlementair gebied overziende, klaagde Groen: „De Christelijk-historische, de protestantsche, de op Nederlandschen bodem bij uitnemendheid nationale richting, de anti-revolutionaire partij, die door volksgeloof en volks-historie toongevend had moeten zijn en kunnen zijn, was en bleef door eigen verdeeldheid jaren achtereen nauwelijks in tel"5). In 1877 moest zijn opvolger, Dr. Kuyper, nog betuigen: „In onze Tweede Kamer is de anti-revolutionaire partij (zoo ge de onderwijs-kwestie uitzondert) nog steeds zoek". Evenwel — Groen had, gelijk Prof. van den Vlugt heeft opgemerkt6), „het zwijgend Calvinistisch volk geprikkeld en aangemoedigd om zich opnieuw, als vroeger, te doen gelden." Dat de anti-revolutionaire partij zich thans doet gelden, zal door niemand worden betwist en is trouwens op 10 Maart 1.1. aan de regeerings-tafel uitdrukkelijk geconstateerd. Evenwel moet daaraan een reusachtige arbeid voorafgegaan zijn: een arbeid van studie, organisatie en propaganda. En bij dien arbeid was Dr. Kuyper de leider.

Voor ieder anti-revolutionair, voor ieder man van Rechts, die instemt met „de gedachte van de drie groote voorgangers der Rechterzijde: Kuyper, Lohman en Schaepman," voor ieder belangstellende in onze vaderlandsche politiek en in de ontwikkeling van de verhoudingen in ons volksleven zijn dientengevolge de geschriften en de parlementaire redevoeringen van den leider der anti-revolutionaire partij van meer dan gewone beteekenis.

Het is dan ook op dien grond, dat ondergeteekenden aan hun voornemen uitvoering wenschen te geven, om de redevoeringen, die Dr. A. Kuyper bij zijn tweede optreden in de Tweede Kamer en als Minister heeft gehouden, meer onder het bereik van het Nederlandsche volk te stellen.

Gelijk men weet, heeft Dr. Kuyper ruim 30 jaren geleden een korten tijd zitting gehad in de Tweede Kamer voor het district Gouda. De

«) Parlem. Studiën II, bl. 49.

•) Gedenkboek van het N. van den Dag 1898 I, bl. 33.

Sluiten