Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

349

JAARTAL 1908

van bun geheiligd bewustzijn. Toch mag hieruit nimmer worden afgeleid, dat alleen het instinctieve leven voor Dr. Kuyper waardij zou hebben, alsof de reflectie mocht worden verwaarloosd, zoo niet ter zij gezet. Zijnerzijds is het dan ook steeds anders begrepen. De stichting der Vrije Universiteit levert er het bewijs voor. Alleen maar, als, in wat quaestie ook, het niet-geleerde publiek te kiezen of te deelen heeft, kan het niet anders doen dan zijn instinctieve leven als toetssteen gebruiken, en voorts vertrouwen stellen in de mannen die voorgaan.

Verder wordt er dan op gewezen, dat ook onder ons het leven lang niet meer zoo instinctief bezield is, als dit oudtijds was, en dat zich ook onder ons de verschijnselen vertoonen van een neiging, die den intellectueelen kant uit wil. En zoo we de wacht bij de bron van het instinctieve leven niet moedig betrekken, bedreigt ook ons het gevaar van geestelijke verdorring en gemoedsverarming. Is het zelfs niet in onzen eigen kring reeds voorgekomen, dat men den jurist tegen den theoloog uitspeelde en het deed voorkomen, alsof een theoloog, nu ja, zoo half en half mee kon praten, maar alsof de jurist dan toch de eigenlijke man was?

De tegenstelling tusschen het instinctieve leven en de reflectie beheerscht ook de partijorganisatie.

Men heeft er op aangedrongen, dat onze mannen zich toch maar tot de bestudeering van de hoogste vraagstukken mochten zetten en door velerlei diepzinnige vertooningen en door velerlei citaat, ook uit vreemde schrijvers, tot deze bestudeering den weg zoeken te banen. Van andere zijde heeft men geroepen om jaarlijksche Deputatenvergaderingen, ten einde onderling over zulke vraagstukken te disputeeren. En weer van andere zijde heeft men geroepen om vooral knappe juristen, ten einde de steken op te rapen, die de theologen in hun onbedrevenheid hadden laten vallen. Zelfs de persoonlijke actie tegen den stichter van onze georganiseerde partij hing hiermee samen. Oók een theoloog, en dan nog wel een theoloog, die als de bekende juffrouw met het ei werkte en zoo de burgers en buitenlui biologeerde.

Al deze critiek nu is te herleiden tot deze ééne vraag: Wilt ge een partij-organisatie, die haar hooge kracht vindt in het instinctieve leven, of wel, begeert ge een partij-organisatie, die rust op de stutbalken van studie en reflectie? Indien het laatste, dan moet geheel onze partij-organisatie voor afbraak verkocht Dan deugt ze in geen enkel opzicht. Dan is ze zelfs voor geen reparatie vatbaar. En dan zal men ook onzerzijds een partij moeten organiseeren in den trant van de oud-Liberale, doch dan zinken we onverbiddelijk terug in onze vroegere politieke onbeduidendheid.

Dit nu wordt door enkele opponenten en critici thans maar al te zeer uit het oog verloren.

Ze hebben geen helder oog meer voor de ongelooflijke verandering die vooral na 1878 tot stand is gekomen. Ze geven zich geen reken-

Sluiten