Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1911

366

189. Tafereelen uit de Heilige Schrift in beeld gebracht door beroemde hedendaagsche schilders van alle landen, toegelicht door Dr. A. Kuyper. Amsterdam. Uitgevers-Maatschappij „Elsevier", 1911.

Bij den aanvang van zijn optreden, in 1870, begon Dr. Kuyper de bewerking van een schetsenreeks in een Bijbel-Album, waarin gravures uit een plaatbijbel, van bijschriften werden voorzien. Het bleef toen echter bij de eerste aflevering. De reden daarvan hebben we medegedeeld onder nr. 29 van deze Bibliografie.

Thans, op zijn ouden dag, zette Dr. Kuyper zich opnieuw tot een dergelijke bewerking, en nu met succes.

Reeds de Inleiding is meesterlijk:

De Kunst bezet in het Heilige haar vaste plaats en, omgekeerd, kan het Heilige in de Kunst onvervreemdbare rechten doen gelden. Kunst, in hooger zin dien naam waard, is onder alle volk uit den drang naar aanbidding opgekomen; bij het altaar heeft haar wieg gestaan; en hoever wat Kunst en wat Heilig is, zich' later ook scheiden mogen, in behoefte aan inspiratie uit wat boven het gewone leven uitgaat, blijven ze meer dan verwant, zijn ze één. Dankbaarder taak dan om zich aan het Heilige te wijden, laat zich uit dien hoofde voor den „Kunstenaar bij de gratie Gods" niet denken. Het biedt hem een veld van waarneming zijner waardig; het stemt en bezielt hem; het volle klavier der Kunst kan hij in 't Heilige openzetten; in al haar vertakkingen en variatiën wordt de Kunst door het Heilige tot actie geprikkeld Voor de Kunst geen breeder kring van bewonderaars, die in haar actie zeiven meê leven, dan binnen de poorten van het heiligdom. En ook, op geen erf wordt de Kunst zoo licht in goud omgezet, als in den dienst van wat voor heel een volk in zijn beste dagen 't Hoogste goed is. Het Heilige kan desnoods de Kunst ontberen, de Kunst het Heilige niet

Dat ze in dien drang zich ook op het Heilige Boek wierp, sprak vanzelf. Inspiratie is haar niet genoeg. Ze moet in het heilige ook een eigen stof voor haar vormenweelde vinden, en waar werd haar die kwistiger geboden, dan in de Schrift Hier vindt ze heel een historie, die, tot op der dingen oorsprong teruggaande, de eeuwen doorliep. Ze vindt er de diepste tegenstelling tusschen God en den Verzoeker, tusschen wat rein en onrein is, om bij de donkere schaduw van het satanische, den glans van het Heilige in te hooger luister te doen uitschitteren. Ideaal en realiteit in rustelooze worsteling. Het doen der menschen omlaag en het bestel Gods uit den Hooge. Vergezichten tot in den bajert terug, en vooruit tot in het Jeruzalem dat van den hemel nederdaalt. En in dit alles een worsteling die 't al omsluit en 't al doortintelt, en zijn terugslag vindt in 't menschelijk hart, met zijn vreeze en hope, in klaagzang en in jubeltoon. Eén machtig drama, dat alle andere volkshistorie in de schaduw terugdringt De knoop in dit drama is de knoop en het middelpunt in heel de existentie van

Sluiten