Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1912

390

In zijn Memorie van Antwoord stelde echter Minister De Waal Malefijt de Christelijke verwachting ernstig teleur, door nu niet te zwijgen, maar te verklaren, dat het niet lag op den weg der Regeering, de Zending om haar werkzaamheid te steunen en te bevorderen, al werd de Zending gewaardeerd als middel voor hoogere cultuur, en al zouden school- en hospitaaldienst niet van subsidie zijn uitgesloten maar met elke andere sociale en maatschappelijke werkzaamheid van particulier initiatief op één lijn staan.

Feitelijk werd hiermee de vlag der Christelijke politiek neergehaald, waarover destijds dan ook in de Christelijke Pers bepaald van Roomsche zijde geklaagd werd. De Minister had hier gesproken de Liberale taal. Bij het Kamerdebat handhaafde hij echter helaas het geschrevene, onder toejuiching van Links.

In zijn vierde hoofdstuk ,flet gele gevaar" bespreekt Dr. Kuyper de wijze, waarop de Anti-revolutionaire afgevaardigde Van Hoogstraten, door den Minister van Koloniën werd bejegend, toen de heer Van Hoogstraten wees op de gevaren, die het optreden der Chineezen in Indië meebrengt. De Minister wees den heer Van Hoogstraten absoluut af.

Dr. Kuyper stelt daarom „het gele gevaar" in het licht en doet daardoor uitkomen, dat de wijze van bejegening, die de heer Van Hoogstraten van den Minister ondervond, met den ernst van dit gevaar niet in overeenstemming was.

Het vijfde hoofdstuk „Wat In Azië broeit' is vooral ook zeer belangrijk.

Dr. Kuyper constateert allereerst, dat de Minister van Koloniën bij de Begrootingsdebatten in 1911 zonder aarzeling den eisch deed gelden, dat het Gouvernement als Christelijke Regeering moet optreden. Hirover viel dus toen niet te klagen. Maar wel over de wijze van bejegening der Anti-revolutionairen bij hun ijveren voor Christelijk Onderwijs in Indië.

Als vertegenwoordiger der Anti-revolutionairen had Dr. Kuyper speciaal ook voor Java inzake schoolstichting als regel voor het Regeeringsbeleid gevraagd, dat de Regeering het particulier initiatief zou laten voorgaan, en dat zij zelf slechts tot schoolstichting zou overgaan, waar het particulier initiatief tekortschoot. Dr. Kuyper vroeg hierbij toepassing van het Anti-revolutionaire beginsel: „de Bizondere School regel, de Openbare aanvulling".

De Minister wees de toepassing van dit beginsel echter voor Java af, onder toejuiching der Liberalen, die in hun Pers constateerden, dat de Minister hierin aan de zijde der Vrijzinnigen staat. Later, op 30 Dec, heeft de Minister echter in de Eerste Kamer van het tegendeel blijk gegeven en over de toepassing van het Antirevolutionair beginsel bij schoolstichting in Indië gesproken op een wijze, die de Antirevolutionairen voldoen kan.

Dr. Kuyper gaat nu in zijn brochure verder in op de hoogst gewichtige zaak der schoolstichting in Indië.

Hij gaat daarbij uit van de Aziatische beweging onzer eeuw en van haar beteekenis, en hij wijst speciaal op de teekenen dier beweging

Sluiten