Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

397

JAARTAL 1913

Nog in datzelfde jaar werd in de vacature-Biesterveld voorzien door het optreden van twee nieuwe Hoogleeraren: Dr. P. A. E. Sillevis Smitt en Dr. F. W. Grosheide.

Een foto van Kuyper op den Universiteitsdag te Haarlem nam ik op in mijn levensschets t. o. blz. 232.

195. De Meiboom in de kap. Openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913. Kampen, J. H. Kok, 1913.

De Deputatenvergadering der Antirevolutionaire Partij liep als van ouds zonder moeite van stapel, onder leiding van haar Voorzitter van ouds, Dr. A. Kuyper. Bezielend was de frissche schoone rede, waarmee hij haar opende.

Dr. Geesink, de artistieke //erauf-recensent, gaf er op 4 Mei dit sympathieke exposé van:

Hoewel ik, omdat De Heraut een kerkelijk blad is, mij den regel gesteld heb in deze, aan mijn zorg toevertrouwde rubriek, geen politieke geschriften te bespreken, meen ik toch voor dit jongste geschrift van den Leider der Anti-Revolutionaire Staatspartij, om meer dan één reden, een uitzondering te moeten maken.

De voornaamste is wel deze, dat in dit geschrift aangedrongen wordt op een actie, die zij het ook middelijk, strekken kan tot een ideaal-verwezenlijking, welke „elke Christelijke Kerk haar roeping zal (doen) gevoelen, om zoo voor verbeurde genade al 't volk des Heeren in ootmoedigen dankstond saam te roepen."

Dit ideaal is, om het maar terstond te zeggen: De vrije school regel in de Grondwet en de Staatsschool slechts intredend waar de vrije school ontbrak.

Het ideaal alzoo van vrijheid in de volksopvoeding.

Van „de school aan de ouders".

Van het ouderrecht om de kinderen te doen onderwijzen overeenkomstig den levenskijk en den levensgang der ouders.

Een wegvallen van allen directen of ook indirecten dwang, die dat aan de ouders belet.

Ten onzent nu is, ter verwezenlijking van dit ideaal, wijziging noodig van Art. 192 der Grondwet, van welk artikel de eerste en derde alinea luidt: „Het openbaar onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der Regeering."

„Er wordt overal in het Rijk van overheidswege voldoend openbaar onderwijs gegeven."

Mij herinnert dit steeds aan wat de heidensche wijsgeer Aristoteles in het begin van het 8e boek zijner Politika schrijft, als hij het heeft over opvoeding en onderwijs.

Op het einde van het 7e boek had hij, ter inleiding tot dit onderwerp, ook déze vraag gesteld: of het nuttig is, dat de zorg voor de opvoeding publiek zij, dan wel privaat en naar ieders wijze, zooals dat nu in de meeste staten is?

Sluiten