Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

435

JAARTAL 1917

213. Antirevolutionaire Staatkunde, met nadere toelichting op Ons Program. Eerste deel: De Beginselen. Tweede deel: De Toepassing. Kampen, J. H. Kok, 1916 en 1917.

Over de voorbereiding van dit standaardwerk vertelde de uitgever een en ander aan den heer Brusse, die het over vertelde in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 5 Februari 1927, Avondblad C.

Dr. Kuyper dan bepaalde steeds van tevoren den tijd, dien hij voor het schrijven van een boek noodig zou hebben. Hij waarschuwde vroegtijdig, begon er aan, zooals hij vooraf meegedeeld had, en hij liet den uitgever nooit op zijn kopie wachten.

Zoo bijvoorbeeld van zijn „Antirevolutionaire Staatkunde," een werk in twee dikke deelen. Hij deelde den heer Kok mee, dat hij dit zou gaan schrijven. Maar hij moest 't heelemaal opbouwen, er enorm veel literatuur voor doorwerken; een reuzewerk. Voor de voorstudie alleen had hij een kleine bibliotheek aangeschaft.

Maar toen hij in 1915 zijn uitgever liet komen om dit plan te bespreken, had hij, hoewel nog ongeschreven, het boek zoo afgerond overwogen, dat hij bij de behandeling van den opzet kon aangeven: het wordt zóóveel vel druks.

— En wanneer kan het klaar zijn?

— Dat zullen we eens uitrekenen, Kok.

Dr. Kuyper nam potlood en papier, en, zachtkens voor zichzelf sprekende, ging hij eerst na hoeveel uren hij op zijn verschillende druk bezette dagen voor dit werk kon vrij maken: „Maandags zooveel, Dinsdags maar één uur, Woensdag zooveel, Donderdag niets... Dat is dus totaal zooveel uren per week. Het heele werk wordt zooveel pagina's druks, dat is dus zooveel bladzijden schrift. Ik kan per uur schrijven zooveel pagina's, dat wordt dus ..." En na eenige becijfering zei Dr. Kuyper plotseling: „Als er geen verhindering komt, kan ik met de laatste kopie nog net in December 1916 gereed komen. Reken daar maar op, Kok."

De uitgever dacht natuurlijk: daar zullen best nog een paar maanden bijkomen. Maar 't kwam precies zoo uit. Geregeld als een klok vorderde het werk onder zijn handen en zelfs in zijn vacantie te Dresden bleef Kuyper corrigeeren.

Maar het was in den oorlog, en het brievenverkeer stond vrijwel volkomen stil. Doch de Duitsche gezant in Den Haag, de heer Von Kuhlmann, was den grijzen staatsman ter wille, om zijn koeriers, die de verbinding tusschen de Residentie en Berlijn onderhielden, de proeven heen en weer te laten meenemen.

Zoo was het dan tóch mogelijk, hoewel de geraamde omvang werd overschreden, dat de laatste aflevering van dit werk — dat aanvan-

Sluiten