Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1917

436

kei ij k in afleveringen verschenen is — in Januari 1917 verzonden kon worden, precies zooals de auteur het vooraf had bepaald.

Dr. Kuyper was 79 jaar, toen hij zijn „Antirevolutionaire Staatkunde" voleindigd had, waar hij het geheele jaar '16, bij al zijn anderen arbeid, voor besteed had. Op den dag vóór Oudejaar legde hij er de laatste hand aan. Zoo had hij 't zich voorgenomen en zoo geschiedde 't.

In De Katholiek, dl. CL, 1916, wijdde J. D. J. Aengenent Pr. er de volgende bespreking aan:

De drang naar publiceeren zit Dr. Kuyper in het bloed. Wanneer men de eerbiedwaardige lijst van groote en kleinere werken ziet, die door hem werden uitgegeven, dan vraagt men zich af, hoe het mogelijk is dat één man dit alles heeft kunnen voortbrengen. En thans op bijna tachtigjarigen leeftijd heeft de immer jeugdige staatsman den lust kunnen vinden, om een werk in het licht te geven, waarvan het eerste deel, dat nu voltooid voor ons ligt, niet minder dan 728 bladzijden telt, en waarvan dus het tweede wel ongeveer denzelfden omvang zal halen.

Antirevolutionaire Staatkunde is de titel van het half voltooide werk. Let wel: staatkunde, want de schrijver deelt ons in de voorrede mede, dat hij er de voorkeur aan gaf om zijn geesteskind niet met den naam van staatsrec/zf te doopen. Als autodidact op juridisch terrein vreesde hij, dat het schrijven van een boek over staatsrecht zijn krachten te boven zou gaan. Liever beperkte hij zich tot de staatkunde, „een begrip, dat de rijke materie meer van haar practische zijde neemt", en dus „niet zulke hooge eischen stelt". Geen ander merk wil Dr. Kuyper op zijn jongsten arbeid geplaatst zien. Men beschouwe het werk als den arbeid van een „practisch staatsman van theologische herkomst". Toch houde de geleerde schrijver ons ten goede, wanneer wij meenen, dat slechts weinig bedenking zou worden gemaakt, indien zijn werk den meer wijdschen titel van antirevolutionair staatsrecht voerde. Want zoo principieel wordt in zijn omvangrijk geschrift de antirevolutionaire staatkunde belicht, dat men zich moeilijk kan denken, dat hij door een jurist hierin zou worden overtroffen. Het geheele eerste deel is zelfs aan de uiteenzetting der beginselen gewijd. Eerst in het tweede deel zullen volgen de toepassingen.

Wanneer men het boek leest, weet men eenvoudig niet, waarover men zich het meest moet verbazen, over Dr. Kuypers rijkdom van weten, over zijn enorme belezenheid, over zijn diepe geloofsovertuiging of over de helderheid van zijn schrijftrant. Zijn rijkdom van weten toont hij U door de mededeelingen van honderden bijzonderheden die hij door zijn betoogen weet heen te vlechten. Zijn enorme belezenheid treft u door de citaten van schrijvers van allerlei richting. Zijn diepe geloofsovertuiging treedt u schier op elke bladzijde tegemoet. Wij meenen zelfs te mogen zeggen, dat Dr. Kuyper meer theoloog dan philosoof is. In ieder geval baseert hij de anti-revo-

Sluiten