Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1918

458

Vóór alle dingen hangt er alles aan, of de vrede terugkeert. Zoolangtochde oorlog voortduurt, en ook de ons buiten oorlog aangedane oorlogsroof voortduurt, moet van Regeeringswege gehandeld al naar de staat van zaken zich aandient, en kan aan het vellen van een voorafgaand oordeel niet worden gedacht. Mag het daarentegen door Oods verbeurde goedheid zijn, dat in dit jaar nog, of in den aanvang van het jaar dat dan komt, de vrede terugkeert, en onze troepen huiswaarts keeren, dan valt er in den eersten aanvang toch nog aan geen nieuwe regeeringsplannen te denken. Allicht een tweetal jaren zal de duurtetoeslag nog te handhaven zijn; 't zal alles nog zijn buitengewoon karakter blijven dragen, en onze finandeele nood zal steeds meer klemmen. Onderwijl zal dan toch het Schoolgeding tot oplossing moeten komen en de vrijmaking van het bijzonder onderwijs haar eindpaal bereiken; zoo 't kan zonder tusschenstation, en liefst rechtstreeks op algeheele losmaking van de Gemeente afgaande. Valt tenslotte de duurtetoeslag weg, dan zal toch hulpe moeten geboden worden aan wie als arbeiders, als ambtenaren of loontrekkers in een volstrekt onhoudbare stelling geraakten. En is dan voorts ons handelsverkeer met het Buitenland niet alleen op vaster, maar ook op deger voet hernieuwd, dan zal tenslotte de nieuwe taak die ons alsdan wacht niet anders zijn, dan wat ik in mijn antwoord op het Wat nu ? u op 't harte bond. Onze Antirevolutionaire partij moet dan weer innig één worden. Niet een sociale belangengroep naast een principieele politieke partij, maar 't sociale en het politieke moet in hechtheid aan elkaar geklonken. Ons politieke streven moet stuwkracht leenen aan de sociale belangen, en omgekeerd de sociale worsteling moet verband en saamhang zoeken met de historische ontwikkeling van vaderland en volk. Dit nu zal ons vanzelf geworden, indien de eere Gods ons met heiligen band saam blijft binden. Dit was het uitgangspunt van onze kracht, en zal tot den einde toe de geheiligde bezieling van onze krachtsprestatie moeten blijven. Komt dit ons aanvankelijk door versplintering op merkbare krachtsderving te staan, geen nood; het reculer pour mieux sauter, d. w. z. het tijdelijk teruggaan om straks met te forscher sprong vooruit te komen, is meer dan eens voor ons het voorspel van een schitterend slagen gewest Liet onze Antirevolutionaire partij zich, al ware het ook slechts voor een overgangsperiode, van de eere Gods, en daarmee van haar levensbeginsel, aftrekken, zoo gingen we onder, om nimmer weer op te staan. En daarom niet vertraagd en niet geaarzeld. Laat ook op deze Deputatenvergadering onze belofte van trouw aan onzen God vernieuwd worden. Worde de hechte broederband, die ons saam vereent, met vernieuwde innigheid nogmaals aangetrokken. Drage het gebed ons bij elke vernieuwde worsteling. En zij Gode de dank op 't altaar geofferd voor elke zegepraal die Hij ons toebeschikt.

Mannen broeders, we waren van oudsher een minderheid, en zullen ook nu een minderheid blijven; doch wat onze Vaderen steeds redde, zal ook ons en ons nakroost in de ons op 't hart gebonden, zoo heerlijke taak doen volharden. Van onzen God afgedoold, is 't al reddeloos voor ons verloren; maar in trouwe bij onzen God volhardend,

Sluiten