Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

Tekst. — Artt. 16—17.

hebben, kunnen zij hunne bezwaarschriften te dier zake, door tusschenkomst van den ontvanger en tegen een door denzelven af te geven bewijs, indienen bij den commissaris der Koningin (1), welke, zoodra mogelijk en uiterlijk binnen acht dagen, eene beschikking neemt, waarbij de tot bewijs overgelegde stukken moeten worden, vermeld. De verkoop mag niet plaats hebben, dan acht dagen na de beteekening dier beslissing aan den reclamant en aan dengenen, tegen wien het beslag is gelegd, met nadere bepaling van den dag van verkoop.

In geval het bezwaarschrift door den commissaris (1) wordt afgewezen, kan degene, die tegen het beslag opkomt, de zaak voor den gewonen rechter brengen, mits de dagvaarding doende binnen drie dagen na evengemelde beteekening.

Behoudens het recht van terugvordering, toegekend bij art. 2014 van het burgerlijk wetboek, en bij art. 280 en volgende van het wetboek van koophandel, kunnen derden geene bezwaren inbrengen, noch eenig verzet in rechten doen tegen de inbeslagneming ter zake van die belastingen, welker voorrang bij letter B van art. 12 hiervoren geregeld is, wanneer de ingeoogste of nog niet ingeoogste vruchten, of roerende goederen, tot stoffeering van een huis of landhoef, of tot bebouwing of gebruik van het land, zich tijdens de inbeslagneming op den bodem van den belastingschuldige bevinden.

1. De vroegere benaming van Gouverneur is sedert de Grondwetswijziging van 1848 vervangen door Commissaris des Konings. Verg. de res. V. v. V. no. 1, sub III.

Zie ook de wet van 22 Juni 1891, S. no. 125 (V. 1891, no. 79).

Art. 17 (1). Alvorens tot de uitvaardiging van dwangbevelen tegen achterlijke belastingschuldigen over te gaan, kan de ontvanger, op daartoe bekomen machtiging van den kantonrechter, den nalatige, mits hem daarvan ten minste 24 uren te voren schriftelijk kennis gevende, door inlegering tot betaling dwingen, en hem te dien einde een krijgsman zenden, voorzien van een bevel tot inlegering, hetwelk door den ontvanger uitgevaardigd en door het hoofd van het plaatselijk bestuur voor gezien geteekend wordt. In de aanvrage ter bekorning van deze machtiging, worden vermeld de persoon of personen bij wie de inlegering zal plaats hebben, met opgave hunner woonplaats.

De machtiging mag niet worden geweigerd dan om zeer gewichtige redenen, welke door den kantonrechter worden vermeld op de aanvraag welke aan den ontvanger wordt teruggegeven.

De belastingschuldige is verplicht aan den ingelegerde huisvesting, een nachtleger, voeding en eene plaats aan den gemeenen haard te geven, benevens vijftig cents daags; gedeelten van dagen voor geheele gerekend.

De inlegering mag slechts tien volle dagen worden voortgezet. Indien de nalatige binnen dien tijd het gevorderde, met inbegrip der kosten, voldoet, wordt de ingelegerde door den ontvanger dadelijk teruggeroepen.

Wanneer de nalatige belastingschuldige weigeren mocht den ingelegerde huisvesting, een nachtleger, voeding of eene plaats aan den gemeenen haard te geven, wordt hij veroordeeld in eene boete van hoogstens ƒ 100, en in eene hechtenis van minstens één dag en ten hoogste zes maanden, voor het geval van wanbetaling.

De ingelegerde vervoegt zich in dat geval bij den commissaris van politie, of, in gemeenten waar geen zoodanig ambtenaar aanwezig is, bij het hoofd

Sluiten