Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst. — Artt. 17—21.

15

van het plaatselijk bestuur, welke ambtenaren, na persoonlijk onderzoek bij den nalatigen belastingschuldige, van die weigering een proces-verbaal opmaken, hetwelk, overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van strafvordering, aan den bevoegden ambtenaar van het openbaar ministerie ter vervolging wordt opgezonden.

Dat proces-verbaal levert wettig bewijs op, overeenkomstig de regelen bij het wetboek van strafvordering nopens schriftelijke bescheiden vastgesteld, en de daaruit voortvloeiende vordering verjaart, wanneer de zaak niet is vervolgd binnen den tijd van zes maanden na de dagteekening van het procesverbaal. Opvolgende betaling van de boete ontslaat van alle verdere hechtenis.

1. Gewijzigd volgens art. 7, vierde lid, der wet van 15 April 1886, S. no. 64, zie V. 1886, no. 69, sub B, en volgens art. 14 der wet van 15 April 1896, S. no. 70 (V. 1896, no. 53).

Art. 18. Voor de berekening der verschuldigde kosten van vervolging, waarvan het bedrag niet reeds bij deze wet is bepaald, zullen door Ons tarieven worden vastgesteld, welke, uiterlijk binnen vijf jaren na de afkondiging dezer wet, door nadere wettelijke bepalingen zullen vervangen worden.

Art. 19. De betaling der kosten van vervolging geschiedt tegen quitantie in handen van den ontvanger.

Zij, welke zich met de hun in rekening gebrachte kosten van vervolging, niet voortspruitende uit de gerechtelijke tenuitvoerlegging van het dwangbevel, bezwaard achten, kunnen hunne bezwaarschriften deswege indienen bij gedeputeerde staten der provincie, mits dit doende binnen veertien dagen na de dagteekening van de akte van de vervolging waarbij die kosten gevorderd worden. Dezen doen daaromtrent, na onderzoek der gronden van beklag, uitspraak, overeenkomstig de bepalingen van deze wet.

De indiening dezer bezwaarschriften neemt echter niet weg de verphchting tot betaling der kosten, behoudens teruggaaf van dezelve, indien het bezwaar gegrond bevonden wordt.

Art. 99. Alle exploiten en akten, betreffende de vervolgingen voor de invordering der directe belastingen, of wegens boeten in zaken dier belastingen, namens het bestuur der belastingen beteekend of uitgevaardigd, geschieden door deurwaarders, voor eene of meerdere gemeenten daartoe aangesteld, en door den rechter van het kanton, waarin zij résideeren, kosteloos beëedigd.

De deurwaarders moeten hunne akten van aanstelling, waarop van de beeediging door den kantonrechter melding wordt gemaakt, steeds bij zich dragen, op daartoe gedane aanvrage vertoonen en daarvan, zoo wel als van hunne beëediging, in alle hunne akten en exploiten, op straffe van nietigheid, melding maken.

De hoedanigheid van deurwaarder der directe belastingen is met die van deurwaarder bij de kantongerechten of arrondissements-rechtbanken vereenigbaar.

Art. 21. Wanneer de belasting, boete en kosten, ter gelegenheid eener inbeslagneming, aan den deurwaarder worden aangeboden, is hij verplicht de gelden aan te nemen, mits daarvoor dadelijk quitantie gevende en daarvan melding makende op zijn repertorium en op den kant van het oorspronkelijke van het exploit.

Sluiten