Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 1; Instructie, § 2.

25

ger mededeeling gedaan aan den inspecteur; deze ziet toe, dat de afkondiging en overgifte der kohieren regelmatig en binnen den kortst mogelijken tijd plaats hebbe (29-38).

26. Gewijzigd volgens § 90 der Instructie Inkomstenbelasting.

2T. Bij de resolutie van 10 Juni 1915, no. 141, V. v. V. no. 535, is o.a. het volgende bepaald:

„§ 1. De executoir verklaarde kohieren der grondbelasting en der personeele belasting en van het recht op de mijnen worden aan de directiën ingeschreven in registers Directe bel. no. 8.

„Voor iederen dienst (a) wordt een afzonderlijk register gehouden.

㤠2. De kohieren worden doorloopend ingeschreven, onverschillig voor welk middel of voor welke gemeente zij opgemaakt zijn. Van elk kohier wordt geen ander bedrag aangeteekend, dan dat, waarvoor het executoir is verklaard.

„Het volgnummer der inschrijving in het register wordt bij het formulier der executoir-verklaring op het kohier geplaatst.

㤠6. De Inspecteurs boeken de slotsommen der executoir verklaarde of vastgestelde kohieren in registers Grondbel. no. 11, Personeele bel. no. 8 en Inkomstenbel. no. 36, terwijl voor de personeele belasting bovendien de slotsommen der registers van aanslagen aangeteekend worden in registers Personeele bel. no. 6 (le, 2e en 3e grondslag), no. 7 (4e, 5e en 6e grondslag) en no. la (7e grondslag). Voor zooveel het recht op de mijnen betreft wordt gebruik gemaakt van een met de pen te trekken register, ingericht overeenkomstig het bij deze resolutie vastgesteld model (b).

„Voor iederen dienst (a) wordt één register van elke soort aangelegd."

Omtrent de invulling en afsluiting der registers en de daaruit te vervaardigen uittreksels en opgaven wordt verwezen naar de verdere voorschriften van die resolutie, alsmede naar de res. V. v. V. no. 585.

(a) Zie, voor wat onder dienst moet worden verstaan, de res. V. v. V. no. 534, in aant. 28 hierna.

(6) Dit model is niet in de Verzameling opgenomen.,

28. Iedere dienst der personeele belasting en der inkomstenbelasting wordt, voor zooveel het bedrag der kohieren betreft, bij het einde der derde maand, op het belastingjaar volgende, afgesloten. Kohieren die eerst later worden executoir verklaard of vastgesteld, worden in den oudsten, nog niet afgesloten dienst opgenomen.

De even bedoelde kohieren en de daarop voorkomende aanslagen krijgen het doorloopend volgnummer van den diénst, waartoe zij gaan behooren. Op den titel van het kohier en het register van aanslagen wordt, nevens het belastingjaar, ook die dienst vermeld, en wel tusschen haakjes en met rooden inkt. Ten einde vergissingen bij de boeking van ontvangstén, ontheffingen, enz. te voorkomen, wordt op gelijke wijze gehandeld met de aanslagbiljetten, duplicaten daarvan en ordonnantiën.

Is in zake personeele belasting een ordonnantie geslagen, die ingevolge het vorenstaande geboekt moet worden in het register Personeele bel. no. 24 van een ander belastingjaar dan dat, waarover de aanslag loopt, dan zou verschil in opcenten tusschen die beide belastingjaren de verdeeling der kwade posten tusschen Rijk, provincie en gemeente onjuist kunnen maken. Het bedrag der ordonnantie wordt alsdan niet in de optelling begrepen, doch afzonderlijk verdeeld. De verkregen aandeelen worden later bij de aandeelen in het totaal der overige posten gevoegd. Op dezelfde wijze wordt voor de inkomstenbelasting te werk gegaan bij de invulling van het register Inkomstenbel. no. 52.

Sluiten