Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 1; instructie, § 2.

27

van 22 Frimaire, an VII, art. 54; zie V. 1825, no. 180, § 236. Verg. het hoofdartikel in Weekblad no. 2048.

(a) In verband met art. 16 der wet V. 1832, no. 113, bedraagt deze boete / 25,—w Ze werd evenwel bij art. 19 der wet van 11 Juli 1882, S. no. 92, met de helft, verhoogd, dus tot / 37,50.

Krachtens art. 36, lett. 6, der Leeningwet 1914, V. v. V. no. 469, worden tijdelijk tien opcenten geheven op de boeten van registratie.

34. Aan Gemeentebesturen wordt toegestaan om, ten behoeve van den dienst hunner gemeente, ten kantore van de Ontvangers der directe belastingen inzage of uittreksel te nemen of te doen nemen van de kohieren der grondbelasting en der personeele belasting, alsmede van de van elders ter uitreiking ontvangen aanslagbiljetten der grondbelasting of van de lijsten, waarbij die aanslagbiljetten werden toegezonden, mits de tijdstippen der inzage in overleg met den betrokken Ontvanger zoodanig worden gekozen, dat geen stoornis in den dienst ontsta. Res. V. v. V. no. 453.

35. De Gemeentebesturen zijn bevoegd om kosteloos inzage en afschrift te nemen of door een of meer gemeenteambtenaren te doen nemen van de kohieren (a) van aanslagen in de inkomstenbalasting, een en ander voor zooveel betreft de gemeentelijke belastingplichtigen.

Zie art. 107 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914.

(a) De Inspecteurs zjjn gemachtigd om aan Gemeentebesturen toe te staan, inzage of afschrift te doen nemen van de registers van aanslagen, in plaats van de kohieren der inkomstenbelasting. Res. van, 28 Januari 1916, no. 100.

36. Omtrent door de Ontvangers te verstrekken opgaven uit de kohieren raadplege men ten behoeve van:

de uitvoering der Kieswet: de res. V. 1901, no. 2, gewijzigd bij de resolutiën V. 1901, no. 91, en V. v. V. no. 85. Zie mede deresolutiën V. 1899, no. 110; V. 1902, no. 5; V. 1903, no. 71; V. 1907, no. 93; V. 1908, no. 140, § 1; V. 1909, no. 75, en de res. van 12 Januari 1915, no. 108;

de uitvoering der Wet op de Inkomstenbelasting 1914 : § 2, lett. I, en §5 der Instructie Inkomstenbelasting (gewijzigd bij de res. V. v. V. no. 624) en de res. van 20 April 1915, no. 8.

37. Zie, nopens opzending van de kohieren, §19 der res. V. v. V. no. 601. Zie mede § 1, tweede lid, dier resolutie.

Wanneer eenig Gemeentebestuur mocht verlangen de kohieren der personeele belasting van de opruiming uitgezonderd en in het gemeentearchief overgebracht te zien, dan kan men zich daartoe wenden tot den Directeur. Res. V. 1847, no. 144.

38. De Directeur maakt de noodige bevelschriften (Grondbél. no. 20) op voor de kosten van hermeting en van herziening der schatting (zie aant. 5 hiervoor), die ingevolge art. 21 der Wet op de Grondbelasting ten laste van den belanghebbende zijn, en verzendt deze aan den Inspecteur der directe belastingen. Deze zendt de bevelschriften, na van den inhoud in een daartoe aan te leggen register aanteekening te hebben gehouden, onverwijld ter invordering aan den Ontvanger, wien het aangaat, en houdt toezicht op de invordering.

Op ontvangst van het bevelschrift betaalt de Ontvanger het bedrag der kosten aan den rechthebbende tegen quitantie, die als saldo in kas wordt geleden, totdat de op het bevelschrift gestelde aanslag is aangezuiverd. Res. V. 1877, no. 12, § 43.

De bevelschriften betrekkelijk de gemelde kosten worden door de Ont-

Sluiten