Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 2; Instructie, § 6.

33

de assistenten en konrmiezen en welk door het kantoorpersoneel zal worden uitgereikt, niet dien verstande dat de uitreiking steeds, zooveel als de gewone dienst dit toelaat, aan de assistenten en kommiezen wordt opgedragen (33).

Rijksklerken der le en 2e klasse worden niet met de uitreiking van aanslagbiljetten belast.

Is te voorzien, dat de uitreiking op voorschreven wijze niet bijtijds zal kunnen zijn volbracht, of doen zich onverwachte omstandigheden voor, welke dit tot gevolg zullen hebben, dan kan de directeur machtiging geven de uitreiking geheel of ten deele op te dragen aan particulier en. tegen een vooraf vast te stellen belooning. Van deze bevoegdheid zal intusschen een zeer spaarzaam gebruik moeten worden gemaakt.

Het verschuldigde wordt door den ontvanger, tegen quitantie, waarin het aantal uitgereikte biljetten en de vastgestelde belooning moeten worden vermeld, uitbetaald. Deze houdt de quitantiën als waarde in kas tot na afloop des jaars. Vóór of op 15 Januari van elk jaar worden de quitantiën over het afgeloopen jaar, onder bijvoeging eener gespecificeerde opgave, overgelegd aan den inspecteur, die deze laatste verifieert en goedkeurt en de stukken vervolgens inzendt aan het Departement van Financiën (afd. Personeel). c

Voor het totaal-bedrag van elke opgave wordt den ontvanger' eene vergoeding verleend.

De aanslagbiljetten bestemd voor personen, in het buitenland wonende worden, voor zoover zij niet aan hen of hunne gemachtigden kunnen worden uitgereikt, gefrankeerd per post verzonden (34). De frankeer kosten moeten worden bestreden uit de aan het kantoor verbonden vergoeding voor kosten van beheer (35),

Voor de toezending van aanslagbiljetten in zake personeele belasting en inkomstenbelasting aan personen in de koloniën of bezittingen van het Rijk in andere werelddeeïen, wier adres onbekend is, en die hier te lande, voor zoover bekend, geen gemachtigde hebben achtergelaten, wordt verwezen naar de resolutie van 7 November 1905, no. 48 (Verzameling 1905, no. 132), gewijzigd bij § 90 der Instructie Inkomstenbelasting (36).

29. Gewijzigd volgens de res. V. v. V. no. 260 en § 90 der Instructie Inkomstenbelasting.

30. De aanslagbiljetten der personeele belasting worden uitgereikt binnen veertien dagen na de afkondiging van het kohier.

Die der inkomstenbelasting worden uitgereikt binnen veertien dagen na de ontvangst van het kohier. Zie de aantt. 23 en 24 hiervoor.

31. De aanslagbiljetten der inkomstenbelasting worden in gesloten omslag uitgereikt. Bij die voor natuurlijke personen wordt een formulier Inkomstenbel. no. 38, bevattende een afdruk van de artt. 37 en 38 der wet, ingesloten. Verg. art. 113 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914 en § 55 der Instructie Inkomstenbelasting.

Zie ook § 9, le lid, der instructie hierna.

. 32. Bij overplaatsing van een officier van het Leger des Heils na 15 Januari, doch vóór het aanslagbiljet der personeele belasting is uitgereikt, kan die uitreiking geschieden aan den plaatselijken bestuurder dier stichting, indien het verlangen daartoe aan den Ontvanger is kenbaar gemaakt. Res. van 30 Nov. 1912, no. 90.

Invordering.

3

Sluiten